Officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief/ambtelijke correspondentie. 4 juli 1944. Een niet nader genoemde "Direktor" (waarschijnlijk van de Centrale Markthallen of een gerelateerde voedselvoorzieningsinstantie). Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (de Duitse gevolmachtigde voor de stad Amsterdam, destijds Hans Böhmcker). Handgeschreven notitie bovenin:
Verzonden 4/7
37/71/3M. vB/SV.
XXXXXX
Betrifft: Telefonanschlusse.
- Juli 1944.
An Herrn Beauftragten für die Stadt Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.
==============
Mit meinen Briefen vom 19. Juni 1944 Nr. 37/71/1M. bat ich Sie, im Interesse der Nahrungsversorgung der Stadt Amsterdam, um Aufhebung der Sperre von Telefonanschlusssen einer Anzahl Kaufleute die Ihr Betrieb auf der Zentralmarkt ausüben. Jetzt bitte ich Sie dies auch bewirken zu wollen für K. Postema, Willem de Zwijgerlaan 22, Amsterdam, Nummern; 81624 Kontor 84528 Privatwohnung - Direktor des Café- und Restaurant - Betriebs "Marcanti" auf der Zentralmarkt.
Die Geschäfte auf der Zentralmarkt sind der Art, dasz diese Anschlüsse schwerlich entbehrt werden können.
Der Direktor, * Inhoud: De schrijver verzoekt de Duitse autoriteiten om de blokkade (Sperre) op de telefoonlijnen van de heer K. Postema op te heffen. Postema was de directeur van de bekende uitspanning "Marcanti", gelegen bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
* Argumentatie: Er wordt een direct verband gelegd tussen het functioneren van de telefoonlijnen van marktkooplieden en de "Nahrungsversorgung" (voedselvoorziening) van Amsterdam. In de zomer van 1944 was de logistiek rondom voedsel cruciaal en stonden de verbindingen onder zware druk door de oorlogsomstandigheden.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel ambtelijk Duits, zoals gebruikelijk in de correspondentie met de bezettingsmacht. Opvallend is het gebruik van "dasz" (met een z in plaats van de ringel-s), wat vaker voorkwam in teksten getypt door niet-moedertaalsprekers of op Nederlandse typemachines.
* Referentie: De brief verwijst naar eerdere correspondentie van 19 juni 1944, wat duidt op een aanhoudend probleem met de bereikbaarheid van handelaren op de markt. Dit document stamt uit een kritieke periode in de Tweede Wereldoorlog: juli 1944, een maand na D-Day en slechts enkele maanden voor de Spoorwegstaking en de Hongerwinter. De Duitse bezetter had strikte controle over communicatiemiddelen; telefoonlijnen van burgers en bedrijven werden vaak afgesloten om spionage te voorkomen of om capaciteit vrij te maken voor militair gebruik.
De Centrale Markthallen (Zentralmarkt) waren het kloppende hart van de Amsterdamse voedseldistributie. De genoemde locatie "Marcanti" diende destijds als kantine en ontmoetingsplaats voor de handelaren op het marktterrein. Dat de directeur van Marcanti een persoonlijke telefoonlijn in zijn woning aan de Willem de Zwijgerlaan nodig had "in het belang van de voedselvoorziening", onderstreept hoe essentieel informele en formele communicatie was om de stad in die laatste oorlogsjaren draaiende te houden. De geadresseerde op Museumplein 19 was het kantoor van de Beauftragte, die direct onder de Generalkommissar viel en toezicht hield op het Amsterdamse gemeentebestuur.