Krantenartikel / Opiniebijdrage.
Origineel
Krantenartikel / Opiniebijdrage. Groentenvoorziening van Amsterdam
DE PSYCHOLOGIE DER VERDEELING
Een medewerker, die zeer nauw betrokken is bij de verbetering van het distributie-apparaat in onze Markthallen, schrijft ons:
Meer en meer wordt het gebruikelijk, misdaden op hun psychische oorzaken te onderzoeken. Wordt b.v. iemand, die een dubbele moord gepleegd heeft, tot 15 jaar veroordeeld, terwijl men verwachtte, dat levenslang gegeven zou worden, dan is rekening gehouden met de psychische omstandigheden, waarin de misdadiger zich op het moment van de misdaad bevond. Dit is de objectiviteit in de realiteit bij de rechtbank. Een dergelijke objectiviteit moet zij nu ook in aanmerking nemen in het verband der verhoudingen bij de groentenvoorziening.
Wanneer we de groenten-distributie in haar ontwikkeling volgen, zien we, dat deze voorheen niet de aandacht kreeg, welke zij verdiende. Dit kwam in hoofdzaak, doordat groente meer als genot- dan als voedingsmiddel werd beschouwd, en in ons groenteland tegen geringe prijzen verkrijgbaar was. Zoo kon iemand, wanneer hij slechts over vijf gulden de beschikking had, zonder eenige vakkennis, groentenhandelaar worden.
De betrokkenen bij deze distributie vonden derhalve niet de maatschappelijke waardeering, welke, gezien de nuttige plaats, die zij innamen, noodig was, en het waren vooral de kleinhandelaren, die letterlijk dag en nacht in touw waren tegen een zeer matige vergoeding. Sociologisch gezien, was dat een rem voor het ontwikkelingspeil van de groep als geheel. We gebruiken speciaal het woord „groep”, daar de persoon uit iedere groep in ons maatschappelijk leven zich kan verheffen.
Dank zij den invloed van eenvoudige, goedwillende „kerels”, is het „vak” voor de beoefenaar wat gunstiger geworden, en indien de economische crisis ons land niet jaren achtereen geteisterd had, waren de zichtbare resultaten over het algemeen eveneens gunstiger geweest. We hebben hier zuiver de materiële zijde van het vraagstuk op het oog; daardoor ontstaan ontwikkelingsbehoeften, en deze bepalen mede de beoordeeling van het ontwikkelingspeil, hoewel gebleken is, dat deze factor een sterke éénzijdige is. De ervaring heeft geleerd, dat de moreele ontwikkeling één der belangrijkste is, en deze kan het bezit zijn van den ongeschoolden werkman zoowel als van den academisch gevormden mensch.
Groot gezien, mogen we beweren, dat de distribuanten-groepen (groot- en kleinhandelaren) een wereld op zich zelf vormen, met eigen gebruiken, vooral op de marktplaatsen, waaraan de gemeenschap als geheel, weinig aandacht schonk. De groothandelaar leerde zich vertrouwd maken met groote, de kleine met kleine risico’s, en beiden, de één indirect, de ander direct, waren onderworpen aan de nukken van een verwend publiek, dat nagenoeg altijd iets anders wou hebben dan er was. Zoo is het helaas nog, zelfs in dezen tijd van schaarschte.
Met den oorlog kwam in de verhouding tusschen distribuanten en publiek, een ingrijpende verandering. Deze wereld van vrijbuiters — in den goeden zin — kreeg in het distributie-proces de allermoeilijkste taak, die denkbaar is: ze kreeg de verantwoordelijkheid voor de voorziening van een volk, dat haar verguisde in een tijd, toen er een overweldigend aanbod was tegen betrekkelijk weinig vraag. Psychologisch gaf dat bij vele betrokkenen moeilijkheden; ze konden zich niet zonder meer inschakelen; daarvoor was de behoefte aan bevrediging, aan beide zijden, te groot. Men trachtte daaraan te voldoen, zeer ten nadeele van het distributie-apparaat in het algemeen. Met verwijten aan het publiek en aan den handel, moeten we dientengevolge voorzichtig zijn. Uit de psychologie weten we, dat de menschen, onder dezelfde omstandigheden, nagenoeg altijd door dezelfde invloeden worden beheerscht.
In 1942 werden de oude organisatievormen geliquideerd en traden nieuwe in werking, die der bedrijfsgappen en -groepen, vormen, die geschoolde organisatie van alle belanghebbenden vereischen om goed te kunnen functionneeren. Over het feit der stichting geven we geen oordeel: de oorlogs-realiteit werkt met revolutionnaire middelen, terwijl organisaties met haar voorschriften, verordeningen of wetten over het algemeen producten der revolutionnaire ontwikkeling zijn. (Keuringsdiensten van waren, en vent-verboden in bepaalde centra zijn hiervan voorbeelden).
Voor de verdeling der aangevoerde groente, — waar het Amsterdam betreft, op de Markthallen — ontstond het instituut „verdeeler”, bestaande uit iemand uit de vakgroep „groothandel”, bijgestaan door een kracht uit den kleinhandel. Dat daarvoor bekwame vaklieden noodig waren, primair van aanleg, d.w.z. in staat tot snel reageeren en besluiten, met „oogen van voren en van achteren” en beschikkend over moreel overwicht, is duidelijk. In Amsterdam is de keuze waardevol geweest.
Psychologisch is het vermeldenswaard, dat de verdeeler „groothandel”, zijn zaak in den vennootschapsvorm heeft opgebouwd, om den directen invloed van dagelijksche winst of verlies te ontgaan; hij realiseert zijn bedrijfsexploitatie, en de resultaten daarvan, over een langeren termijn.
Voor den sub-verdeeler (kleinhandel) pleit diens jarenlange belanglooze arbeid in het organisatie-leven, waarbij het hem gelukt is, de „groentewinkel” en het leven der handelaars op wat hooger peil te brengen.
Natuurlijk zijn beiden „belanghebbenden” en direct of indirect betrokken bij „eigen zaken”, wat tot veel naijver en misverstand aanleiding geeft. Doch die gevolgen „nemen ze”.
Deze beschouwing moet, in haar algemeene strekking, vergeleken worden met die van den psycho-analyticus in een rechtszaak, waar, ongeacht de psychische oorzaken der feiten en de verzachtende omstandigheden, de gemeenschap beschermd moet worden en de beklaagde niet vrijuit kan gaan.
In ons geval gaat het er om, nu de volksgezondheid bijzondere zorg vraagt en de gemeenschap als geheel te kort schiet in de bescherming van haar eigen belangen, middelen te vinden en maatregelen te treffen, die een doelmatige groenten-distributie zoo dicht mogelijk benaderen.
Dit is een primair sociaal belang.
Verder moeten deze maatregelen zoo zijn, dat straf — om dat woord nu maar te gebruiken — gerechtvaardigd is.
DE MARKTHALLEN
Laat ons nu vanuit dien gezichtshoek de verdeeling der groente in de Markthallen onder de loupe nemen, en nagaan, waar de oorzaken kunnen liggen van fraude; waardoor de koopbereidheid en het gemis aan inzicht in de voedingswaarde der producten bij het publiek ontstaat, wat de psychische voedingsbodem daarvan is.
In verhouding tot het ingeschreven aantal klanten, krijgt de handelaar bonnen toegewezen. Naargelang de grootte van den aanvoer, worden een of meer bonnen aangewezen, alsook de groothandelaar, bij wien de producten verkrijgbaar zijn. Hierbij wordt uitgegaan van de gedachte, dat voor iederen consument een bepaalde hoeveelheid, binnen zekere termijn, gewenscht is. Is nu de aanvoer voldoende, d.w.z. is voor iedereen consument deze hoeveelheid beschikbaar, dan wordt de groente zonder meer vrij gegeven en kan iedere handelaar zich bevoorraden. Hij is dan aansprakelijk voor de hoeveelheid, die zijn klanten krijgen. Wanneer het publiek wat intelligenter was, dan zou het zich, indien er b.v. overvloedig andijvie of spitskool is, voor een paar dagen van groente verzekeren. Door de buitenste bladen eerst te bereiden en het restant in kranten te bewaren, is zij, als ze des Zaterdags gekocht is, des Maandags nog in zeer behoorlijken staat. Deze weg wordt helaas onvoldoende gevolgd en de handelaar blijft dikwijls met producten zitten, die hij probeert ’s Maandags te verkoopen. Hij komt daardoor in de verleiding, ’s Maandags niet naar de markt te gaan. Im- Dit artikel biedt een gedetailleerde blik op de logistiek en de sociaal-psychologische aspecten van de groentehandel in Amsterdam tijdens een periode van schaarste. De auteur pleit voor een objectieve, bijna juridische of psychoanalytische kijk op de handelingen van distribuanten.
- Professionalisering: Er wordt gesproken over de overgang van een ongeorganiseerde markt (waar iedereen voor "vijf gulden" handelaar kon worden) naar een gereguleerd systeem met vakbekwame "verdeelers".
- Reorganisatie (1942): De tekst refereert aan de liquidatie van oude organisatievormen in 1942 en de invoering van "bedrijfsgappen" (waarschijnlijk een spelfout of specifieke term voor bedrijfschappen). Dit duidt op de corporatieve herstructurering van de economie onder de bezetting.
- Spanning tussen Handel en Publiek: De auteur benoemt de wrijving tussen de handelaar en een "verwend publiek" dat moeite heeft met de overgang van overvloed naar schaarste. Ook wordt kritiek geuit op het gebrek aan "intelligentie" bij de consument wat betreft het conserveren van groenten.
- Moreel en Maatschappelijk Belang: De groentenvoorziening wordt niet slechts als een commerciële activiteit gezien, maar als een "primair sociaal belang" dat essentieel is voor de volksgezondheid. De context van dit document is de Nederlandse distributie-economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar het jaar 1942 en de "oorlogs-realiteit" bevestigt dat het artikel is geschreven in een tijd waarin de voedselvoorziening streng gereguleerd was door de overheid (de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie).
De Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) vormden het kloppend hart van de voedselstroom naar de stad. Door de oorlogstijd was er sprake van rantsoenering (het bonnensysteem), zwarte handel en structurele tekorten. Dit artikel probeert de complexiteit van de groenteketen uit te leggen aan een gefrustreerd publiek en vraagt om begrip voor de positie van de tussenhandel, terwijl het tegelijkertijd de noodzaak van strikte organisatie en controle benadrukt. De paternalistische toon richting de consument ("wanneer het publiek wat intelligenter was") is typerend voor de tijdsgeest. Vakgroep