Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 23 augustus 1945. Onbekend (referentie S/RP, kenmerk 37/103/2 M.). [Handgeschreven aantekeningen linksboven:]
Bericht in pers Woensdag 30 Aug '45
door B. en W. afgewezen
[Handgeschreven aantekening midden:]
verz 24/8
[Typedruk:]
S/RP.
37/103/2 M.
23 Augustus 1945.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 22 Augustus j.l. om advies ontvangen stukken no. 727 L.M. 1945 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Ten vorigen jare omstreeks denzelfden tijd is eveneens sprake geweest van het houden van korte-baan draverijen op de Centrale Markt. Hierop heeft betrekking mijn schrijven d.d. 21 Augustus 1944 No. 37/85/2 M. Zooals uit mijn schrijven van 8 Augustus j.l. no. 66/3/3 M. blijkt zijn er thans geen bezwaren van belastingtechnischen aard welke zich tegen voldoening aan het verzoek zouden verzetten.
Indien er echter gewoonte van gemaakt zou worden het marktcomplex voor andere doeleinden beschikbaar te stellen dan het houden van markten, is het einde niet te overzien. Wat den een wordt toegestaan kan den ander niet goedschiks worden geweigerd. Ik blijf dan ook van meening (vide mijn brieven d.d. 1 en 8 Augustus j.l. respectievelijk de nos. 66/3/2 M., 66/3/3 M.), dat de beschikbaarstelling van gebouwen en terreinen der Centrale Markt beperkt dient te blijven voor de viering van nationale feestdagen en daarmede gelijk te stellen manifestaties.
Wat de onderwerpelijke zaak betreft komt er nog het volgende bij. Er moet ter dege rekening gehouden worden met belangrijke aanvoeren zoowel van groenten als van fruit, welke aanvoeren de laatste weken voortdurend toenemen. Daarbij is de kans zeer groot dat ook in September op Zondagen lossing van wagons zal moeten plaats vinden. De losplaats der wagons ligt direct langs den weg, waarop de draverijen zouden moeten plaats vinden, hetgeen eventueel groote bezwaren kan opleveren en onder meerdere een zeer intensieve contrôle en bewaking zou eischen waarvoor de dienst niet over voldoende geroutineerd personeel beschikt.
De baan ter lengte van 400 m. moet over de geheele breedte met een laag van 2 cm. zand worden bestrooid. Verder moeten staketsels, kantoortjes voor kaartverkoop benevens een eretribune voor genoodigden, worden geplaatst. Het aanbrengen c.q. plaatsen van een en ander zal op den dag der courses voor den aanvang daarvan moeten geschieden. Onmiddellijk na afloop der courses zal het wegruimen moeten gebeuren. In deze brief adviseert een ambtenaar (vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt) de Wethouder voor de Levensmiddelen negatief over het organiseren van paardenraces (korte-baan draverijen) op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De belangrijkste argumenten zijn:
1. Precedentwerking: Het openstellen van het terrein voor niet-markt-gerelateerde evenementen kan leiden tot een onbeheersbare stroom aan aanvragen.
2. Bedrijfsvoering: De aanvoer van groenten en fruit is in augustus/september op een piek. Zondagse werkzaamheden (lossen van wagons) zouden worden gehinderd door de races, wat veiligheidsrisico's en een tekort aan toezichthoudend personeel met zich meebrengt.
3. Logistiek: De fysieke aanleg van de baan (zand, staketsels, tribunes) is te belastend voor het terrein.
Uit de handgeschreven kanttekening blijkt dat het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) dit negatieve advies heeft opgevolgd en het verzoek heeft afgewezen. De brief dateert van vlak na de bevrijding (augustus 1945). In deze periode was de voedselvoorziening in Amsterdam nog precair en de heropbouw in volle gang. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de stad. De prioriteit lag bij het efficiënt verwerken van verse producten boven vertier zoals paardenraces. Het feit dat de wethouder voor "Levensmiddelen" de geadresseerde is, onderstreept de economische en vitale functie van de locatie.