Doorslag van een ambtelijk advies of ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijk advies of ambtelijke brief. "De Directeur" (mogelijk van een gemeentelijke dienst zoals Publieke Werken of Sport en Recreatie). -2-
zoodat des Maandags nog, het terrein weer geheel vrij en
schoon wordt opgeleverd. Hoewel de secretaris van het orga-
niseerend comité daaromtrent de meest geruststellende ver-
klaringen aflegt, meen ik dat de risico van niet tijdige ont-
ruiming van het terrein- alleen het opbrengen en wegruimen
van rond 100 M3 zand zou volgens deskundigen van Publieke
Werken in de gegeven omstandigheden 40 man eischen- gezien
de huidige mentaliteit van verschillende groepen arbeiders
en anderen, te groot is dan dat dit mag worden aanvaard.
Voor de goede orde merk ik, onder verwijzing naar het
advies van den Hoofdcommissaris van Politie nog op dat het de
bedoeling van de organisatoren is met een totalisator te wer-
ken, hetgeen voor Canadeezen en N.B.S. leden zou zijn toege-
staan. Practisch zou dit evenwel tot gevolg hebben dat toch
anderen door bemiddeling van genoemde groepen aan den tota-
lisator zouden deelnemen.
Op grond van een en ander moet ik voldoening aan het
verzoek van adressanten ten sterkste ontraden. Ik stel U
daarom voor daarop afwijzend te beschikken.
De Directeur, Dit document betreft een formeel negatief advies over een verzoek van een organiserend comité, waarschijnlijk voor een sportevenement of feestelijkheid op een openbaar terrein. De directeur voert twee hoofdredenen aan voor de afwijzing:
- Logistieke en sociale risico's: Het op- en afbouwen (waaronder het storten en wegruimen van 100 m³ zand) vergt volgens deskundigen 40 arbeiders. De directeur betwijfelt of dit op tijd gebeurt, waarbij hij expliciet wijst op de "huidige mentaliteit" van de arbeiders, wat duidt op een vrees voor een gebrek aan discipline of inzet.
- Handhavingsproblemen rond gokken: De organisatoren wilden een 'totalisator' (een goksysteem voor weddenschappen) opzetten. Hoewel er een uitzondering zou gelden voor Canadese militairen en leden van de N.B.S., vreest de directeur dat gewone burgers via hen illegaal zullen meegokken.
De directeur adviseert de geadresseerde (waarschijnlijk de burgemeester of het College van B&W) om het verzoek officieel af te wijzen. De tekst biedt een uniek inkijkje in de Nederlandse bureaucratie kort na de bevrijding (1945). De aanwezigheid van "Canadeezen" (de bevrijders) en leden van de "N.B.S." (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) plaatst het document in een specifieke overgangsperiode waarin de samenleving weer opgebouwd werd, maar waarin nog veel militaire aanwezigheid en schaarste heerste. De opmerking over de "mentaliteit van verschillende groepen arbeiders" is kenmerkend voor de naoorlogse paternalistische houding van de overheid, die in een tijd van wederopbouw grote waarde hechtte aan arbeidsethos en sociale orde. Tevens toont het document de strikte morele controle op gokken en wedden in die tijd. Politie Publieke Werken