Typemachine-geschreven rapport met handgeschreven kanttekeningen en handtekening.
Origineel
Typemachine-geschreven rapport met handgeschreven kanttekeningen en handtekening. 3 november 1944 (met latere aantekeningen van 6 november 1944). Een controleur van de Centrale Markt (ondertekend door G. Althuis). [Header]
№ 37/105/1 M.1944 6/11
R A P P O R T
[Body]
Op Vrijdag 3 November 1944 heeft de grossier W.F. Dijkstra aan den Directeur van Marktwezen medegedeeld, dat op 3 November 1944 omstreeks 4 uur v.m. door schipper Boers afkomstig uit -s’Gravenzande, op pier B een partijtje druiven had gelost, bestemd voor de firma A, van Harten. (Pakhuis B.13)
In opdracht van den Directeur heb ik in het pakhuis van de firma Harten een onderzoek ingesteld doch daar geen druiven kunnen vinden. Volgens het schipperdienststaatje van dien dag is schipper Boers niet aan de Centrale Markt geweest. De heer Dijkstra over dit geval door mij gehoord, verklaarde hiervan zelf niets te weten maar de mededeeling te hebben gehad van Chr. Biesterveld, bedrijfsleider van de grossierscombinatie.
Biesterveld door mij gehoord verklaarde het volgende:
"Door iemand, wiens naam ik niet noemen wil, werd mij verleden week medegedeeld, dat schipper Boers druiven aan de Centrale Markt had aangevoerd bestemd voor de firma Harten, van welke druiven geen aangifte was gedaan bij het Plaatselijk Verdeelkantoor. Ook op 3 November 1944, omstreeks 4 uur v.m. zouden, aldus mijn zegsman druiven door Boers zijn aangevoerd eveneens bestemd voor de firma Harten. Dat U deze druiven niet meer hebt kunnen achterhalen is te begrijpen want ze verdwijnen reeds voor het aanvangen van de Markt. Met betrekking tot Boers kan ik U verklaren, dat hij officieel niet meer aan de Markt komt omdat hij steeds werd gecontroleerd. Men heeft mij echter verteld, dat Boers thans op Zaandam vaart en bij het passeeren van de Centrale Markt de druiven lost".
F. Verwoerd, personeel bij firma Harten verklaarde mij, dat hij op 3 November 1944 omstreeks 4.30 uur v.m. op het terrein van de Centrale Markt is gekomen om een partij appelen welke op pier B tegenover het pakhuis van Harten stond te bewaken. Dit geschiedde met toestemming van den Bedrijfschef, aangezien eenigen tijd geleden een groote hoeveelheid appelen gestolen waren van een partij die eveneens bestemd was voor Harten. Verwoerd verklaarde mij dat hij geen druiven had ontvangen en dat vanaf den tijd dat hij op de Centrale Markt is geweest geen schipper op pier B heeft gelost.
[Footer]
Den Heer Bedrijfschef van de Centrale Markt.
Amsterdam 3 November 1944
Controleur,
[Handtekening: G. Althuis]
[Handgeschreven kanttekeningen]
* Linker marge: "niet" (geplaatst naast de verklaring over de anonieme bron).
* Linker marge verticaal: (Namen/notities in blauw potlood, o.a. "Dijkstra", "W. Dijkstra", "Verwoerd").
* Onderaan in rood/bruin potlood: "Verlof voor bewaking" i.c. vragen conform voorgaande uitspraak 6 Nov '44. Van Harten had al toestemming om partijen te laten bewaken op terrein vreesde deze bewaking blijkbaar zelf niet. [gevolgd door initialen/datum]. Dit document is een verslag van een opsporingsonderzoek naar "sluikhandel" (illegale handel buiten de officiële distributie om) tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is de verdenking dat een schipper genaamd Boers buiten de officiële kanalen om druiven heeft geleverd aan de firma Van Harten op de Centrale Markt in Amsterdam.
Opvallende punten:
1. De 'anonieme' bron: Biesterveld weigert zijn bron te noemen ("iemand, wiens naam ik niet noemen wil"). Dit duidt op de gespannen sfeer en het risico van represailles in de illegale handel.
2. Modus Operandi: Er wordt gesuggereerd dat de goederen zeer vroeg in de ochtend (04:00 uur) worden gelost en direct verdwijnen voordat de officiële marktmeesters hun controles kunnen uitvoeren.
3. Tegenstrijdigheid: De getuige van de verdachte firma (Verwoerd) geeft een alibi: hij was er wel om appelen te bewaken (vanwege eerdere diefstallen), maar claimt geen schipper te hebben gezien. De controleur merkt onderaan handgeschreven op dat deze bewaking officieel was toegestaan. Het document dateert van 3 november 1944, een kritieke fase in de Tweede Wereldoorlog in Nederland (de Hongerwinter). In het bezette westen van Nederland was er een extreem tekort aan voedsel en brandstof.
- Distributiesysteem: Alle voedselstromen stonden onder streng toezicht van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening en het Plaatselijk Verdeelkantoor. Producten die buiten dit systeem om werden verhandeld, kwamen op de zwarte markt terecht tegen woekerprijzen.
- De Centrale Markt: Als logistiek knooppunt in Amsterdam was dit een brandpunt van controle en fraude.
- Schaars goed: Druiven waren in november 1944 een luxeartikel dat vrijwel uitsluitend via de zwarte markt of voor de bezetter beschikbaar was. Het onderzoek naar een "partijtje druiven" was in die tijd dus geen triviale zaak, maar een onderzoek naar economische criminaliteit in oorlogstijd.