Handgeschreven brief (verklikkerbrief/melding).
Origineel
Handgeschreven brief (verklikkerbrief/melding). 13 november 1944. Anoniem, ondertekend als "Een Groentenboer". "Mijnheer De Directeur" (vermoedelijk van de CCD of een lokale opsporingsdienst). No 37/106/1 M. 1944 21/11 22
13-11-1944
Mijnheer De Directeur
Daar ik u even wil schrijven
over twee jongens van de
groenten kant waar maan-
dag ochtend aardappelen
en uijen in beslag zijn genomen
dat is van jan Leurink en
Hend de Boer die werken
bij Clas maar nuu hebben
ze weer aardappelen en die
verkoopen ze voor 60 gulden
per mud dus die moeten
van de markt af want
dat zijn geen menschen
voor de markt ik als
groenten boer kan geen
aan mijn klanten geen
gulden voor een kilo
aardappelen krijgen dus
het ligt aan u wat u met
dezen menschen doet u
kan vragen aan De C.C.D
hoeveel ze maandag in
beslagt hebben genomen
Een Groentenboer
(In de linkermarge in rood potlood:)
13-11-44 * Inhoud: De schrijver, die zichzelf identificeert als een vakgenoot (groenteboer), geeft twee mannen aan: Jan Leurink en Hend de Boer. Ondanks dat de C.C.D. (Centrale Controledienst) die maandagochtend al hun voorraad aardappelen en uien in beslag had genomen, zijn ze alweer begonnen met de verkoop van nieuwe voorraad tegen woekerprijzen (60 gulden per mud).
* Taalgebruik: Het document is geschreven in een wat informele, ietwat fonetische stijl met verouderde spelling ("uijen", "menschen", "nuu", "beslagt").
* Motivatie: De schrijver klaagt over oneerlijke concurrentie en moreel verwerpelijk gedrag. Terwijl de schrijver zich naar eigen zeggen aan de prijzen houdt (minder dan een gulden per kilo), maken deze mannen misbruik van de schaarste. De brief getuigt van de enorme sociale spanningen en de wanhopige voedseltoestand in die periode.
* Instanties: De C.C.D. wordt expliciet genoemd als de instantie die eerder die week al tot inbeslagname was overgegaan. De C.C.D. was tijdens de oorlog verantwoordelijk voor de controle op de distributie en prijsvorming. De datum, 13 november 1944, is cruciaal. West-Nederland bevond zich op dat moment in het begin van de Hongerwinter. Door de spoorwegstaking en de Duitse blokkades was er een nijpend tekort aan voedsel en brandstof. Aardappelen waren op de zwarte markt goud waard.
Een prijs van 60 gulden per mud (ca. 70 kilo) was in die tijd een astronomisch bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag rond de 30-40 gulden). De brief illustreert de praktijk van het 'verklikken' uit frustratie over de zwarte handel en de wanhopige pogingen van bonafide handelaren of burgers om de weinige beschikbare middelen eerlijk verdeeld te krijgen, of simpelweg uit jaloezie op de zwarte winsten van anderen.