Typoscript (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie van een standaardformulier) met handgeschreven administratieve aantekeningen.
Origineel
Typoscript (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie van een standaardformulier) met handgeschreven administratieve aantekeningen. November – December 1944. [Bovenaan het document staan diverse namen en adressen getypt, met handgeschreven wijzigingen en data]
Verzonden aan:
fa. L.A.Th. L. de Roos en zoon, Zuid-Schalkwouderw. 1, f. 50.-
G. Groeneveld, Oosterwijkstraat 28, Beverwijk f. 56.52
G. de Jong sr., Adm. de Ruyterw. 52 f. [doorgehaald: 37/107/111] f. 154.18
J.P.H. Luijckx, Marconistraat 142, Beverwijk f. 50.-
[doorgehaald: 24 November 1944]
fa. Th. de Vries en Spandert, Molenstraat 23, f. 56.52
P. de Vries, Valkenburgerstraat 142, f. 50.-
[Handgeschreven tekst linksboven:]
Aang.
5/12 - 44
[Handgeschreven tekst midden:]
Verzonden 24/11
[Handgeschreven handtekening/paraaf rechtsmidden:]
Hmuijsers [?] b.k.
[Hoofdtekst van de aanmaning:]
Aangezien U in gebreke bent gebleven om den per den eersten dezer maand verschenen termijn van de huur van Uw pakhuis-afdeeling(en) op de Centrale Markt te voldoen, maan ik U bij dezen aan om binnen acht dagen na datum dezes een bedrag groot f. ................. te mijnen kantore te voldoen of te doen overschrijven op de rekening no. 74 van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor.
Indien U aan deze aanmaning geen gevolg geeft zal ik mij genoodzaakt zien om deze vordering in handen te stellen van het bureau dat door de Gemeente is belast met het incasseeren van achterstallige vorderingen.
Bovendien zal artikel 10 van het huurcontract waarin is bepaald, dat in geval van wanbetaling de Gemeente het recht heeft om de huur als geëindigd te beschouwen, op U van toepassing worden gebracht.
De Directeur,
z.o.z. Dit document fungeert als een administratief bewijsstuk van een reeks verstuurde aanmaningen. Bovenaan is een lijst getypt van huurders die een betalingsachterstand hadden. De tekst eronder is de standaardtekst van de aanmaning die naar deze personen is verzonden.
De toon van de brief is formeel en dreigend. De huurders worden gesommeerd om binnen acht dagen te betalen. Bij gebreke daarvan worden twee sancties aangekondigd:
1. Inschakeling van de gemeentelijke incassodienst.
2. Beëindiging van het huurrecht (huisuitzetting uit het pakhuis) op basis van artikel 10 van het huurcontract.
De handgeschreven aantekeningen "Aang. 5/12 - 44" duiden erop dat de brieven op 5 december 1944 aangetekend zijn verstuurd, terwijl een eerdere partij mogelijk op 24 november is verzonden. De bedragen variëren van f. 50,- tot f. 154,18, wat voor die tijd aanzienlijke sommen waren. Het document dateert van november en december 1944. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de Hongerwinter in het nog bezette West-Nederland. Terwijl de bevolking kampte met extreme kou en een totaal gebrek aan voedsel en brandstof, bleef het ambtelijke apparaat van de gemeente (in dit geval Amsterdam, gezien de straatnamen en de "Centrale Markt") functioneren.
De Centrale Markthallen waren het kloppende hart van de voedseldistributie. Dat er in deze tijd van absolute schaarste en ontwrichting nog steeds formele aanmaningen werden gestuurd voor pakhuis-huren, getuigt van de starheid van de toenmalige bureaucreatie onder de bezetting. De dreiging met ontbinding van het huurcontract was in die context zeer ernstig, aangezien toegang tot opslagruimte op de markt essentieel was voor de handel en overleving van de betreffende firma's.