Uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 28 januari 1944. [Handgeschreven aantekening linksboven in kader:] voorin marktwezen
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] Marktw.
No. 888 L.M. 1943
Uitkeering bedrag als vergoeding bemoeiingen met opslag van groenten.
[Handgeschreven parafen/namen:] m(?) bin Th. Müller
[Rond stempel met letter:] M
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 28 Januari 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam:
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied, (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No. 152; Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, Volgno. 517);
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 20 Januari 1944 No. 37/116/1 M;
B e s l u i t :
aan de heeren W.F. Dijkstra, G. Kramer, F. Draaisma en P. Bood, ter waardeering van den door hen aan den opslag van stapelgroenten besteden tijd en zorg en de daarvoor voornamelijk op hen gelegde verantwoordelijkheid, tezamen een bedrag van f 4000.- uit te keeren en deze som ten laste te brengen van post 1512 van de Begrooting voor 1944.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks), en Financiën (2 stuks).
GM.
[Handgeschreven paraaf]
Voor eensluidend extract
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Paars stempel linksonder:] № 37/116/4 M. 1944 10/2 Dit document is een officieel administratief besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een financiële beloning van in totaal 4000 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd) voor vier heren (Dijkstra, Kramer, Draaisma en Bood). De reden voor deze uitkering is hun inzet en verantwoordelijkheid bij de opslag van 'stapelgroenten' (houdbare groenten zoals aardappelen, wortelen en uien), die essentieel waren voor de voedselvoorziening van de stad.
Juridisch wordt het besluit onderbouwd door te verwijzen naar de 'Achtste Verordening van den Rijkscommissaris'. Dit duidt op de verregaande invloed van het Duitse bezettingsbestuur (onder Seyss-Inquart) op de Nederlandse gemeentelijke autonomie. De Burgemeester van Amsterdam in deze periode was de pro-Duitse Edward Voûte. De ondertekenaar, J.F. Franken, was de gemeentesecretaris die de administratieve uitvoering bekrachtigde. De context van dit document is de nijpende voedselonzekerheid in de winter van 1943-1944. De opslag en distributie van groenten was een strategische prioriteit om de bevolking van Amsterdam te voeden en onrust te voorkomen. De Dienst van het Marktwezen speelde hierin een centrale rol.
Het feit dat er specifiek wordt verwezen naar de verantwoordelijkheid van deze vier individuen suggereert dat hun werk mogelijk buiten de reguliere kantoortijden of onder moeilijke omstandigheden (zoals transportproblemen of dreiging van diefstal/vordering) plaatsvond. De verwijzing naar het "Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied" herinnert aan de bureaucratische structuur waarmee de bezetter de Nederlandse samenleving controleerde via bestaande gemeentelijke apparaten.