Archiefdocument
Origineel
1 Maart 1944. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven in potlood:] extra
41/2/1M. 2 1 Maart 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen twee staten van ontvangen
marktgeld over de maand Januari 1944.
De Directeur, Dit korte, formele schrijven dient als begeleiding bij de verzending van financiële documenten. De kern van de boodschap is het overhandigen van twee "staten" (overzichten) van de inkomsten uit marktgeld over de maand januari 1944. Marktgeld was de belasting of vergoeding die kooplui aan de gemeente betaalden voor hun standplaats op de markt.
De opbouw is typisch voor die tijd: uiterst hoffelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen") en strikt zakelijk. Het woord "Alhier" onder de adressering geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente wordt verstuurd als waar deze is opgesteld. De handgeschreven aantekening "extra" suggereert dat dit mogelijk een kopie was voor een specifiek dossier of een extra afschrift buiten de reguliere poststroom om. Het document dateert van maart 1944, een jaar voor het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de Duitse bezetting bleef de gemeentelijke administratie in grote lijnen op dezelfde wijze functioneren.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een zeer belangrijke post. Vanwege de schaarste en de rantsoenering was de controle op de voedselvoorziening en de marktstromen van cruciaal belang voor het dagelijks leven in de stad. De inning van marktgeld laat zien dat de formele economische en administratieve processen, zelfs in een tijd van crisis en bezetting, nauwgezet werden opgevolgd door de gemeentelijke diensten.
Samenvatting
Dit korte, formele schrijven dient als begeleiding bij de verzending van financiële documenten. De kern van de boodschap is het overhandigen van twee "staten" (overzichten) van de inkomsten uit marktgeld over de maand januari 1944. Marktgeld was de belasting of vergoeding die kooplui aan de gemeente betaalden voor hun standplaats op de markt.
De opbouw is typisch voor die tijd: uiterst hoffelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen") en strikt zakelijk. Het woord "Alhier" onder de adressering geeft aan dat de brief binnen dezelfde gemeente wordt verstuurd als waar deze is opgesteld. De handgeschreven aantekening "extra" suggereert dat dit mogelijk een kopie was voor een specifiek dossier of een extra afschrift buiten de reguliere poststroom om.
Historische Context
Het document dateert van maart 1944, een jaar voor het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de Duitse bezetting bleef de gemeentelijke administratie in grote lijnen op dezelfde wijze functioneren.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een zeer belangrijke post. Vanwege de schaarste en de rantsoenering was de controle op de voedselvoorziening en de marktstromen van cruciaal belang voor het dagelijks leven in de stad. De inning van marktgeld laat zien dat de formele economische en administratieve processen, zelfs in een tijd van crisis en bezetting, nauwgezet werden opgevolgd door de gemeentelijke diensten.