Getypte brief/nota (typoscript).
Origineel
Getypte brief/nota (typoscript). 1 maart 1944. 41/2/la.M. SV.
Verzonden 1/3 [handgeschreven]
1 Maart 1944.
Het Gemeentelijk Bureau
voor de Statistiek
O.Z.Achterburgwal 231,
Amsterdam-Centrum.
ONTVANGEN MARKTGELDEN JANUARI 1944.
Dagmarkten: f. 8.145,25
Weekmarkten: " 466,20
Boom- en Bloemmarkt: " 406,71
Brandstoffenmarkt: " 9.535,88
Standplaatsvergunningen: " 1.865,70
Kramengeld : " 164,15
Ventgelden: " 40,70
Diverse ontvangsten " 157,30
-----------
f.20.781,89
=========== Dit document is een officiële rapportage van de gemeente Amsterdam over de inkomsten uit diverse markten over de maand januari 1944. De bedragen zijn weergegeven in de toenmalige munteenheid, de gulden (f.).
Wat opvalt is de verdeling van de inkomsten. De Brandstoffenmarkt levert met f. 9.535,88 de hoogste bijdrage, nog meer dan de reguliere Dagmarkten (f. 8.145,25). Dit onderstreept het enorme belang van brandstofhandel (zoals hout en kolen) tijdens de oorlogsjaren, zeker in de wintermaanden. Andere posten zoals 'Standplaatsvergunningen' en 'Ventgelden' (vergoedingen voor straathandel buiten de markt) laten zien hoe fijnmazig de gemeentelijke administratie de handel in de stad reguleerde en belastte.
De handgeschreven notitie "Verzonden 1/3" geeft aan dat de interne administratie nauwgezet werd bijgehouden; het document werd op de dag van datering direct verwerkt of verstuurd. Het document dateert uit het voorjaar van 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de toenemende schaarste bleef het gemeentelijk apparaat van Amsterdam functioneren volgens strakke bureaucratische richtlijnen.
De locatie vermeld op het document, O.Z. Achterburgwal 231, was in die tijd de zetel van het Gemeentelijk Bureau voor de Statistiek. Dit bureau verzamelde data over alle facetten van het stedelijk leven, wat in oorlogstijd ook van belang was voor de distributie- en bezettingsautoriteiten.
De relatief hoge inkomsten uit de brandstoffenmarkt in januari 1944 zijn tekenend voor de situatie vlak voor de beruchte 'Hongerwinter' (1944-1945). Hoewel er nog handel was, werd brandstof steeds schaarser en duurder, wat leidde tot strikte regulering op de markten. Het innen van marktgelden was voor de gemeente een cruciale bron van inkomsten om de stedelijke diensten draaiende te houden in een economie die steeds zwaarder onder druk kwam te staan. O.Z. Achterburgwal Gemeente Amsterdam