Administratieve kwitantie of verzamelstaat voor de ontvangst van goederen.
Origineel
Administratieve kwitantie of verzamelstaat voor de ontvangst van goederen. Week van 16 t/m 22 januari 1944 (voorzien van een stempel van 24 jan. 1944). Th. Müller [handtekening]
24 JAN. 1944 [stempel in blauwe inkt]
// [markering in blauw potlood]
Ontvangen in de week van 16 t/m 22 Januari 1944 aan mosselen:
19/1/44 702 balen à ƒ 0,10 p. baal ƒ 70,20 | 19/1/44 per boot v Sterk Harlingen
20/1/44 658 " à ƒ 0,02⁵ " " 16,45 | 19/1/44 " " " H Koster Wieringen
21/1/44 690 " à ƒ 0,02⁵ " " 17,25 | 20/1/44 " " " Jan " "
22/1/44 656 " à ƒ 0,02⁵ " " 16,40 | 21/1/44 " " " S. Wagemaker "
---- -------
2706 ƒ 120,30
=======
[Handtekening rechtsonder: Wagemaker] Het document is een overzichtskaart van de aanvoer van mosselen gedurende één week in de winter van 1944.
- Hoeveelheden en Prijzen: In totaal zijn er 2706 balen mosselen ontvangen met een totale waarde van 120,30 gulden. Er is een opmerkelijk prijsverschil zichtbaar: de zending uit Harlingen (via de firma Sterk) kost 10 cent per baal, terwijl de zendingen uit Wieringen worden afgerekend tegen 2,5 cent per baal (genoteerd als 0,02⁵). Dit kan duiden op een verschil in kwaliteit (bijv. consumptiemosselen vs. mosselzaad) of op vastgestelde maximumprijzen voor verschillende regio's.
- Logistiek: De mosselen werden "per boot" aangevoerd. De namen H. Koster, Jan (Koster) en S. Wagemaker verwijzen naar lokale schippers of vissers uit Wieringen.
- Administratie: De kaart is op maandag 24 januari (direct na de betreffende week) afgestempeld en ondertekend. De handtekening bovenaan (Th. Müller) is waarschijnlijk van de controlerend ambtenaar of de ontvanger van de partij, terwijl de handtekening onderaan vermoedelijk van de leverancier (S. Wagemaker) is. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1944 was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
De mosselvisserij was in deze periode van groot belang als alternatieve eiwitbron, aangezien vlees en andere producten schaars en op de bon waren. De visserij in de Waddenzee was echter risicovol en beperkt vanwege brandstofschaarste en de status van de kustgebieden als 'Sperrgebiet'. Administratieve kaarten als deze waren essentieel voor de centrale overheid om grip te houden op de voedselstromen en de prijsvorming. De genoemde plaatsen Harlingen en Wieringen (met name de haven van Den Oever) waren destijds, en zijn nog steeds, cruciale knooppunten in de Nederlandse schelpdiersector. H. Koster S. Wagemaker Rijksbureau