Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 13 april 1944. Afdeeling Verdeeling, 's-Gravenhage. Directeur van de Gemeentelijke Visafslag, Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] 971
BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN
AFDEELING: Verdeeling
BETREFFENDE: zeevisch
BERICHT OP SCHRIJVEN: ....................
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: 8156/V/KK.
BIJLAGEN: .................... STUKS, T.W. ....................
'S-GRAVENHAGE, 13 April 1944
[Handgeschreven:] det
Den Heer Directeur van den Gemeentelijken Vischafslag,
te
AMSTERDAM. —
[Paars stempel:] Nº 46A/41/3 M. 1944 [Handgeschreven:] 28/4 [Handgeschreven paraaf/tekening]
Hierbij deelen wij U mede, dat met ingang van Maandag 3 April 1944, het percentage van den aanvoer van zeevisch van den Scheveningschen Afslag, hetwelk naar Amsterdam moet worden doorgeleverd is verhoogd tot 30%.
[Handgeschreven paraaf links]
BEDRIJFSCHAP VOOR VISSCHERIJPRODUCTEN,
[Onduidelijke handgeschreven handtekening]
Ha.
[Rechtsonder handgeschreven:] ouden.
2e ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE - POSTGIROREKENING 351833 - TELEGRAMADRES: BEVIPRO
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 28147 - 3000 - 6 - '43 - V.V.O. 3565 - K 983 * Administratieve kenmerken: Het document vertoont de typische kenmerken van een bureaucratisch proces. Er zijn diverse registratienummers aanwezig, waaronder een groot paars stempel ("Nº 46A/41/3 M. 1944") dat duidt op archivering of verwerking door de ontvangende partij in Amsterdam.
* Inhoudelijke kern: De brief kondigt met terugwerkende kracht (vanaf 3 april) een verhoging van het quotum zeevis aan. Van de totale aanvoer op de afslag van Scheveningen moet voortaan 30% direct worden doorgeleverd aan de Amsterdamse afslag.
* Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige officiële spelling (bijv. "visscherijproducten", "deelen", "zeevisch"). De toon is strikt zakelijk en directief. Dit document stamt uit de late periode van de Tweede Wereldoorlog (april 1944). In deze fase van de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland zeer strikt gereguleerd via een systeem van distributie en 'Bedrijfschappen'.
Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten was een zogenaamde publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) die onder toezicht stond van de bezetter. Omdat de visserij op de Noordzee door de oorlogsvoering en mijnenvelden extreem beperkt en gevaarlijk was, was de aanvoer van zeevis schaars.
De verhoging van het percentage naar 30% voor Amsterdam wijst op de kritieke voedselbehoefte in de grote steden. De centrale overheid in Den Haag bepaalde precies hoeveel van de schaarse middelen naar welke regio ging om hongersnood te voorkomen en de zwarte handel te beperken. Scheveningen, als belangrijkste aanvoerhaven die nog deels operationeel was, fungeerde hierbij als cruciale bron voor het achterland.