Archief 745
Inventaris 745-427
Pagina 580
Dossier 55
Jaar 1944
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.

9 februari 1944. Van: De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Aan: Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten te 's-Gravenhage.

Origineel

Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 9 februari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten te 's-Gravenhage. [Stempel linksboven:] № 46^A/18/3 M. 1944 10/2

[Midden boven:] Aan
[Rechtsboven:] het Bedrijfschap voor Visscherij-
producten.
te 's-GRAVENHAGE.

[Linksonder de kop:] L.M. 150 '44
[Onderwerp:] bakzootje.
[Rechts:] 9 Februari 1944.

De Directeur van het Marktwezen stelde mij in kennis van het aan hem gerichte schrijven d.d. 20 Januari 1944 betreffende het wekelijks verstrekken van een bakzootje van 1 kg paling of andere visch per persoon aan de politie te water, die speciaal is belast met het toezicht op de visch. Hiervoor zouden hier ter stede twee groepen van resp. 26 en 14 man in aanmerking komen.

Mijnerzijds bestaat er zeer ernstig bezwaar tegen, hieraan mijn medewerking te verleenen. Indien deze weg wordt ingeslagen, bestaat er geen voldoende motief om verzoeken van andere controleerende instanties als de Centrale Contrôledienst, de Prijsbeheersching, de Politie en ambtenaren van de Gemeente (Keuringsdienst van Waren en Marktwezen) eveneens visch te mogen ontvangen, van de hand te wijzen.

In dit geval zal de vischaanvoer, welke, gelijk U bekend is, hier ter stede zeer gering is - onvoldoelde blijken, om al deze organen van visch te voorzien, waardoor voor de bevolking niets meer beschikbaar zal zijn.

De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

vM In deze brief wijst de Amsterdamse burgemeester Edward Voûte een verzoek af om wekelijks een kilo vis (het zogenaamde 'bakzootje') te verstrekken aan de waterpolitie. Zijn voornaamste argumenten zijn:

  1. Precedentwerking: Als één controlegroep (de waterpolitie) een extra rantsoen vis krijgt, kunnen andere controlerende instanties (zoals de CCD, Prijsbeheersing en de reguliere politie) hetzelfde eisen.
  2. Schaarste: De burgemeester wijst op de zeer geringe visaanvoer in Amsterdam in deze periode. Als al deze ambtenaren hun portie zouden krijgen, zou er voor de algemene bevolking letterlijk niets overblijven.

De toon is formeel en beslist, waarbij de burgemeester de belangen van de algemene voedselvoorziening boven de extraatjes voor toezichthouders stelt. Het document dateert van februari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampt op dat moment met extreme voedseltekorten en alles is op de bon. De term 'bakzootje' verwijst van oorsprong naar de kleine hoeveelheid vis die vissers voor eigen consumptie mee naar huis mochten nemen van de vangst. Hier wordt het gebruikt als een soort extra beloning of 'perk' voor ambtenaren die toezicht houden op de vishandel.

Burgemeester Edward Voûte was door de Duitse bezetters aangesteld (NSB-gezind), maar in dit specifieke geval ageert hij tegen corruptie-gevoelige voorkeursbehandelingen van ambtenaren ten koste van de bevolking. De genoemde instanties zoals de Centrale Contrôledienst (CCD) en de Prijsbeheersching waren cruciaal in de oorlogseconomie om de zwarte handel te bestrijden, maar stonden vaak ook bekend om hun eigen privileges. De brief geeft een treffend beeld van de bureaucratische strijd om schaarse middelen in oorlogstijd.

Samenvatting

In deze brief wijst de Amsterdamse burgemeester Edward Voûte een verzoek af om wekelijks een kilo vis (het zogenaamde 'bakzootje') te verstrekken aan de waterpolitie. Zijn voornaamste argumenten zijn:

  1. Precedentwerking: Als één controlegroep (de waterpolitie) een extra rantsoen vis krijgt, kunnen andere controlerende instanties (zoals de CCD, Prijsbeheersing en de reguliere politie) hetzelfde eisen.
  2. Schaarste: De burgemeester wijst op de zeer geringe visaanvoer in Amsterdam in deze periode. Als al deze ambtenaren hun portie zouden krijgen, zou er voor de algemene bevolking letterlijk niets overblijven.

De toon is formeel en beslist, waarbij de burgemeester de belangen van de algemene voedselvoorziening boven de extraatjes voor toezichthouders stelt.

Historische Context

Het document dateert van februari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampt op dat moment met extreme voedseltekorten en alles is op de bon. De term 'bakzootje' verwijst van oorsprong naar de kleine hoeveelheid vis die vissers voor eigen consumptie mee naar huis mochten nemen van de vangst. Hier wordt het gebruikt als een soort extra beloning of 'perk' voor ambtenaren die toezicht houden op de vishandel.

Burgemeester Edward Voûte was door de Duitse bezetters aangesteld (NSB-gezind), maar in dit specifieke geval ageert hij tegen corruptie-gevoelige voorkeursbehandelingen van ambtenaren ten koste van de bevolking. De genoemde instanties zoals de Centrale Contrôledienst (CCD) en de Prijsbeheersching waren cruciaal in de oorlogseconomie om de zwarte handel te bestrijden, maar stonden vaak ook bekend om hun eigen privileges. De brief geeft een treffend beeld van de bureaucratische strijd om schaarse middelen in oorlogstijd.

Kooplieden in dit dossier 100

A. den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.den Heyer Rijnsb.7 Rijnsb.7
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A.F. Kitz 35221
A. Spanjaard 133.34 ✓
A. v.d. Mekke 233.34
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Jong 84040
C. de Mooij 100 – ✓
C. Kooy 8457 2
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
C. Kooy 84572
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3