Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 29 oktober 1933. [Rechtsboven:] n. i. Insp
[Rechtsboven:] Volendam 29-10-1933.
[Linksboven:] No 28/131/1
[Stempel:] M. 1933 31/10
HoogEdele Directeur
Voor het volgende kom ik
zeer nederig en dringend Uwe zeer ge-
waardeerde aandacht vragen.
Zooals uit de ondertekening zal
blijken, had ik een ventvergunning
en tevens een standplaats op Lindengracht
Daar ik belanghebbende ben in den zin
der Zuiderzeesteunwet moest ik het
mij aangeboden werk accepteren inge-
volge Art 14 Zuiderzeesteunbesluit.
Ik heb echter tijdelijk werk als
Corriër in de Sarphatistraat in
Amsterdam.
Hoelang dit tijdelijk werk zal duren
is mij onbekend.
Zeer nederig kom ik U, HoogEdele Direc-
teur verzoeken, of ik mijn ventvergun-
ning en tevens mijn standplaats Lindengracht
wederom kan verkrijgen, wanneer ik uit * Taal en stijl: Het document is geschreven in formeel, eerbiedig Nederlands ("zeer nederig"), wat typerend was voor correspondentie met autoriteiten in de vroege 20e eeuw.
* Inhoud: De briefschrijver (waarschijnlijk een Volendamse visser of havenarbeider) verzoekt om behoud of teruggave van zijn ventvergunning en standplaats op de Lindengracht in Amsterdam. Hij legt uit dat hij gedwongen was ander werk te accepteren (als koerier in de Sarphatistraat) op basis van Artikel 14 van het Zuiderzeesteunbesluit. Hij wil de zekerheid dat hij na afloop van dit tijdelijke werk kan terugkeren naar zijn handel.
* Terminologie:
* Ventvergunning: Een vergunning om goederen op straat te verkopen.
* Lindengracht: Een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan.
* Zuiderzeesteunwet: Een wet uit 1925 bedoeld om getroffenen van de afsluiting van de Zuiderzee financieel bij te staan.
* Corriër: Oude spelling voor koerier. De brief dateert uit 1933, een periode getekend door de Grote Depressie en de nasleep van de voltooiing van de Afsluitdijk (1932). De afsluiting van de Zuiderzee betekende het einde van de zoutwatervisserij, waardoor velen in plaatsen als Volendam hun broodwinning verloren. De Zuiderzeesteunwet bood uitkeringen, maar stelde als harde eis dat men elk aangeboden werk moest accepteren (zoals vermeld onder Art. 14). Deze brief toont de persoonlijke onzekerheid van een individu dat probeert te navigeren tussen gedwongen tewerkstelling en het behouden van een eigen kleine nering in Amsterdam. De tekst breekt onderaan de pagina af, wat suggereert dat er een tweede blad was met de ondertekening.