Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of dossierkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of dossierkopie). 14 februari 1944. Waarschijnlijk een functionaris van de Gemeente Amsterdam (gezien de referentie aan Amsterdam onderaan). Opmerking: De spelling en interpunctie uit het origineel zijn aangehouden.
[Handgeschreven: extra]
46b/12/2M. VD/SV
14 Februari 1944.
den Heer Directeur van het
Bedrijfsschap voor Visscherijpro-
ducten,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e (ZH).
============================
Naar aanleiding van Uw brieven d.d. 5 en 25
Januari jl. no.'s 31020/AZ/We en 2656/Verd./Ian. bericht
ik U, dat bij mij ernstige bezwaren bestaan om aan de
verzoeken van de heeren Schenk en De Jong te voldoen.
De toewijzingen visch zijn verleend aan de ge-
vestigde zaken. Hierbij is in het geheel niet in oogen-
schouw genomen met hoeveel firmanten deze zaken werden
gedreven.
Indien het standpunt zou worden ingenomen, dat
bij splitsing der firma elk der firmanten een aparte toe-
wijzing zou moeten hebben, dan zou daarmee wel een zeer ge-
vaarlijken weg worden ingeslagen. Het aantal vischhande-
laren zou daardoor steeds kunnen worden vergroot, terwijl
de vischaanvoeren steeds geringer worden. Hierdoor zou
het voor de in de verdeeling opgenomen handelaren nog
moeilijker worden om zich staande te houden. Ik kan der-
halve geen vrijheid vinden het Gemeentebestuur te advi-
seeren om elk der firmanten De Jong en de firmant K.Schenk
een vischtoewijzing te verstrekken. Dat de toewijzingen
der firma P.de Jong & Zonen (blijkbaar als gevolg van des-
tijds verstrekte onjuiste opgave van de firmanaam) inder-
tijd ten onrechte op de naam C.de Jong zijn gesteld doet
niet af aan het feit dat ze voor de genoemde firma zijn
bestemd geweest en ook steeds aan de zaak, welke onder
den naam der firma werd gedreven, zijn verstrekt.
Ten aanzien van het verleenen van een vestigings-
vergunning voor de heeren K. Schenk en C.de Jong moge ik
erop wijzen, dat dezerzijds steeds een afwijzend advies op
dergelijke verzoeken is uitgebracht. Er bestaat momenteel
te Amsterdam geen enkele behoefte aan uitbreiding van het
aantal vischwinkels. * Kern van het geschil: De heren K. Schenk en C. de Jong, voorheen verbonden aan de firma P. de Jong & Zonen, hebben individueel verzocht om een eigen vis-toewijzing (quotum) en een vestigingsvergunning. De schrijver wijst dit resoluut af.
* Beleidsargumentatie: De schrijver hanteert een strikt beleid om versnippering van quota tegen te gaan. Als elke vennoot bij een splitsing een eigen recht zou krijgen, zou het aantal handelaren groeien terwijl de voorraad slinkt. Dit zou de economische levensvatbaarheid van de gehele sector ondermijnen.
* Administratieve correctie: Er wordt een eerdere fout erkend waarbij toewijzingen op naam van C. de Jong stonden in plaats van de firma, maar de schrijver stelt dat dit juridisch/praktisch niets verandert aan het feit dat het quotum bij de oorspronkelijke onderneming hoort.
* Lokale situatie: De brief eindigt met de constatering dat er in Amsterdam een verzadiging is van het aantal viswinkels, wat een extra reden is voor de afwijzing van de vestigingsvergunning. * Tweede Wereldoorlog en Schaarste: De datum (februari 1944) is cruciaal. Nederland was bezet en kampte met enorme tekorten. Visserijproducten waren schaars en de distributie werd streng gereguleerd door de overheid en semi-overheidsinstellingen zoals het 'Bedrijfsschap voor Visscherijproducten'.
* Regulering: Tijdens de bezetting werd de economie strak geleid via een systeem van vergunningen en toewijzingen om te voorkomen dat de zwarte markt de overhand kreeg en om de beperkte middelen te rantsoeneren.
* Bedrijfsschappen: Deze organisaties werden door de bezetter ingesteld (of omgevormd vanuit bestaande structuren) om de controle over de verschillende economische sectoren te centraliseren en de productie en distributie te beheersen in lijn met de oorlogseconomie.
* Amsterdamse Context: De brief toont de rol van het gemeentebestuur in het adviseren over economische vergunningen binnen de stadsgrenzen, waarbij zij vaak een restrictief beleid voerden om de bestaande middenstand te beschermen tegen verdere verwatering van de inkomsten.