Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). 19 januari 1944. M. de Groot, Havenstraat 24, Monnikendam. AFSCHRIFT.
M. de Groot, Havenstraat 24, Monnikendam.
Monnikendam, 19 Januari 1944.
Mijne Heeren,
Hierdoor deelen wij U mede, dat den Heer J. Schalm, van Woustraat 118, Amsterdam, van mij in de jaren 1938 - 1939 - 1940 gerookte visch heeft betrokken. Ik ben gaarne bereid indien noodig aan hand mijner boekhouding dit nader toe te lichten.
De Heer Schalm is reeds van kinds af in de vischhandel en bezorgde mij destijds de visch op zijn standplaats in de Lenausstraat, Amsterdam.
Hoogachtend,
w.g. M. de Groot. * Inhoud: In deze brief verklaart M. de Groot uit Monnikendam dat J. Schalm uit de Van Woustraat in Amsterdam in de jaren vlak voor en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (1938-1940) gerookte vis bij hem afnam. Ook wordt vermeld dat Schalm van jongs af aan in de vishandel werkt en een standplaats had in de Lenausstraat.
* Taalgebruik: Formeel, zakelijk Nederlands zoals gebruikelijk in het midden van de 20e eeuw (bijv. "Mijne Heeren", "deelen wij U mede", "visch").
* Terminologie: "w.g." onderaan de brief staat voor "was getekend". Dit duidt aan dat dit document een kopie (afschrift) is van een origineel document dat door de afzender met de hand was ondertekend.
* Contextuele aanwijzingen: De brief koppelt een leverancier uit een bekende vissersplaats (Monnikendam) aan een handelaar in Amsterdam-Zuid (De Pijp). Dit document stamt uit januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In die periode waren dergelijke schriftelijke verklaringen cruciaal voor ondernemers en handelaren. Ze dienden vaak als bewijs van een legitiem beroep of bestaansmiddel.
Dergelijke bewijsstukken konden nodig zijn voor verschillende doeleinden:
1. Vrijstelling van de Arbeitseinsatz: Om aan te tonen dat men onmisbaar was in de eigen onderneming of sector (voedselvoorziening).
2. Vergunningen: Voor het behouden van standplaatsen of het verkrijgen van toewijzingen voor schaarse goederen.
3. Identificatie: Als onderdeel van een dossier om aan te tonen dat iemand geen 'onderduiker' of werkloze was, maar een actieve bijdrage leverde aan de economie.
Gezien de datum en de aard van de verklaring (bevestiging van activiteiten uit het verleden), is het zeer aannemelijk dat de heer Schalm dit document nodig had om zijn status als vishandelaar officieel te staven bij de autoriteiten.