Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 5 mei 1943. Direktion der Gemeentelijke Vischafslag, Amsterdam. [Briefhoofd met adelaar en swastika]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER GENERALKOMMISSAR
FÜR FINANZ UND WIRTSCHAFT
WIRTSCHAFTSPRÜFSTELLE
FW/W/Wp- Li/Ref- Ko/Gö
[Rode stempel:] Dieses Geschäftszeichen ist bei Antwortschreiben anzugeben.
[Rode stempel:] HE 104/26
Arnhem, den 5. Mai 1943.
~~DEN HAAG,~~
[Blauwe stempel:] No. 466/16/11 M. 1943
[Handgeschreven notities in de rechterbovenhoek, deels onleesbaar:]
Abschrift
... begleidend
... briefje aan
WvH.
An die
Direktion der Gemeentelijke Vischafslag,
A m s t e r d a m . –
Betr.: Kontingent-Übertragung an die Firma Drukker & Co.,
Amsterdam, Amstelveld. –
Mit Schreiben vom 3.3. und 7.4. ds.Js. wurden Sie seitens des mit der Bearbeitung der fraglichen Angelegenheit beauftragten Herrn R.A. Weidling meiner Dienststelle gebeten, die Kontingente folgender Firmen:
- Amsterdamsche Vischcentrale (E.Peper), Rijnstraat, Amsterdam,
- N.V. Hollandsche Vischhandel, Willemsparkweg, A'dam,
- Levie Biet, Bellamystraat, Amsterdam,
- Locher's Vischhandel, Ruyschdaelstraat, Amsterdam,
- Drukker & Goedeketting, Weesperstraat, Amsterdam,
- N. Wijnschenk, Blasiusstraat, Amsterdam,
an die Firma
Drukker & Co., Amstelveld 7, Amsterdam,
zu übertragen. Die dafür zwingenden Gründe sind Ihnen seiner Zeit mitgeteilt worden.
Bei den Firmen Amsterdamsche Vischcentrale (E.Peper) und N. Wijnschenk, handelt es sich um zwei liquidierte Geschäfte, deren Kontingente frei geworden sind. Die übrigen vier Firmen werden durch die Firma Drukker & Co., Amstelveld, übernommen. Da der Übernehmer nicht in der Lage ist, diese Geschäfte im Rahmen der beabsichtigten Planung weiter zu führen bezw. auf-
[Onderaan rechts:] b.w. Dit document is een administratieve instructie van het Duitse bezettingsbestuur aan de directie van de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam. De kern van de brief is de gedwongen overdracht van "kontingente" (visquota of handelsrechten) van zes verschillende vishandelaren naar één centrale firma: Drukker & Co. aan het Amstelveld.
Opvallend is de aard van de genoemde bedrijven. Veel van de namen (E. Peper, Levie Biet, N. Wijnschenk, Drukker & Goedeketting) wijzen op Joodse eigenaren. De brief vermeldt expliciet dat de bedrijven van Peper en Wijnschenk "liquidierte Geschäfte" (geliquideerde zaken) zijn. De andere vier bedrijven worden "overgenomen" door Drukker & Co.
De brief is een direct bewijs van de "Arisering" en economische uitsluiting van Joden in de Amsterdamse vissector. Onder het mom van "beabsichtigten Planung" (beoogde planning) werden Joodse ondernemers van hun bedrijfsvoering en quota beroofd, waarna deze werden gecentraliseerd of overgedragen aan door de bezetter goedgekeurde beheerders of bedrijven. In 1943 was de onteigening van Joodse bezittingen in Nederland in een vergevorderd stadium. De Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft, Hans Fischböck, was verantwoordelijk voor de economische uitbuiting van Nederland en de "Entjudung" (ontjoding) van het bedrijfsleven.
De Wirtschaftsprüfstelle speelde hierbij een cruciale rol: zij hielden toezicht op de liquidatie van Joodse bedrijven of de aanstelling van Verwalters (bewindvoerders). De "kontingente" (quota) waren in oorlogstijd van levensbelang vanwege de schaarste en de distributiebonnen; zonder quota mocht een bedrijf niet handelen. Door quota van Joodse bedrijven af te pakken en toe te wijzen aan een geselecteerde partij, werd de Joodse gemeenschap systematisch uit het economische leven verwijderd en vloeiden de winsten naar de bezetter of diens collaborateurs.
De verplaatsing van de afzender van Den Haag naar Arnhem (zichtbaar in de correctie bovenaan) hangt samen met de evacuatie van Duitse administratieve diensten uit de kustregio's vanwege de vrees voor een geallieerde invasie (de Atlantikwall-constructie).