Handgeschreven ambtelijke notitie of geleidebriefje op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of geleidebriefje op een archiefkaart. a.M.C.M.
U.v. 6/16/z/17 aansluiting op mijnen brief
d.d. 7 April j.l. no U.v/B/16/z/17. Heb
ik de eer U in bijlage dezer te doen
toekomen, afschrift van een brief van de
Wirtschaftsprüfstelle te Arnhem.
Beleefd verzoek ik U mij thans te wil-
len meedeelen, hoe in dezen moet
worden gehandeld.
D.D.v. [paraaf] De tekst is een formeel geleidebriefje waarin de schrijver refereert aan een eerdere brief van 7 april. De kern van de boodschap is het doorsturen van een kopie (afschrift) van een brief van de Wirtschaftsprüfstelle te Arnhem. De afzender vraagt de ontvanger (waarschijnlijk een superieur of een gespecialiseerde afdeling) om instructies over de verdere afhandeling van deze zaak. De toon is strikt ambtelijk en beleefd. De Wirtschaftsprüfstelle (Economische Controle- of Auditdienst) was een Duitse instantie die tijdens de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland opereerde. Deze dienst viel onder het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft. Hun takenpakket was breed en ingrijpend: zij hielden toezicht op het Nederlandse bedrijfsleven, controleerden boekhoudingen en waren direct betrokken bij de 'arisering' (het onteigenen en liquideren van Joodse bedrijven) en het beheer van zogenaamd vijandelijk vermogen.
Dit specifieke briefje toont hoe de Nederlandse bureaucratie tijdens de bezetting functioneerde als tussenschakel: de ambtenaar ontvangt instructies of vragen van de Duitse bezetter en vraagt intern om een richtlijn voor de reactie ("hoe in dezen moet worden gehandeld"). De vestiging in Arnhem suggereert dat de kwestie betrekking had op een bedrijf of vermogen in de provincie Gelderland.