Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 173
Dossier 23
Jaar 1944
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

7 april 1943. Van: Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft, Wirtschaftsprüfstelle. Aan: Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 7 april 1943. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft, Wirtschaftsprüfstelle. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Stempel boven midden:] No. 466/16/9M. 1943 9/4

[Logo linksboven: Rijksadelaar met swastika]

DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER GENERALKOMMISSAR
FÜR FINANZ UND WIRTSCHAFT
WIRTSCHAFTSPRÜFSTELLE
FW/W/Wp. Tr.HE 104 We/Ko

[Tekst in rood links:]
Dieses Geschäftszeichen ist bei
Antwortschreiben anzugeben.

[Tekst rechtsboven:]
~~DEN HAAG~~ Arnhem, den 7.4.43.
Amsterdamscheweg 133.

[Handgeschreven notitie rechtsboven:]
m. Dri.
Abschrift gesandt an
Dr. Redeker
9/4.43
[Paraaf]

An das
Marktwezen Amsterdam,
A m s t e r d a m .
Jan van Galenstr. 14.

Betr.: Amsterdamsche Vischcentrale (E. Peper) Rijnstraat, A'dam.
N.V. Hollandsche Vischhandel, Willemsparkweg, A'dam
Levie Biet, Bellamystr., A'dam.
Locher's Vischhandel, Ruysdaelstr., A'dam.
Drukker & Goudenketting, Weesperstr., A'dam.
E. Wijndschenk, Blasiusstr., A/dam.
Drukker & Co., Amstelveld 7, A/dam.

Bezug: Ihre Schreiben vom 17.3. und 31.3.43.

Die gesamten Firmen werden im Wege der Arisierung in einer Hand vereinigt und auf den Übernehmer übertragen. Wenn der von mir vorgeschlagene Weg der Übertragung auf eine Firma nicht möglich ist, so bitte ich die Kontingente sämtlicher Firmen zusammenzulegen und sie zur Verfügung des Treuhänders zu stellen.

Es handelt sich tatsächlich bei sämtlichen Firmen um wirtschaftlich zusammengehörende Firmen, die von dem gleichen Judenkonsortium betrieben wurden.

Als Übernehmerin ist die Fischhandlung G.m.b.H., Gelsenkirchen bzw. deren Inhaber Herr Dr. Stuth vorgesehen, der die Firmen ebenso auch rechtlich zusammenlegt.

Es müsste daher meiner Meinung nach, auch die Zusammenlegung der Kontingente, zunächst in der Hand des Treuhänders und später in der Hand des Übernehmers möglich sein, ohne dass es darauf ankäme, in welcher Weise die einzelnen Firmen als tatsächliche Filialen zusammengelegt werden.

Im Auftrag
[Handtekening]
(Weidling)

[Linksonder:] K 1167 Dit document is een kil, bureaucratisch bewijsstuk van de economische vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Arisering: De term "Arisierung" (Arisering) wordt expliciet gebruikt. Dit hield in dat Joodse eigenaren gedwongen werden hun bedrijven af te staan aan "Ariërs" (meestal Duitsers of collaborateurs), vaak voor een fractie van de waarde of zonder enige vergoeding.
  2. Lijst van slachtoffers: De brief noemt zeven specifieke vishandelaren en bedrijven in Amsterdam (waaronder de families Peper, Biet, Drukker, Goudenketting en Wijndschenk). Dit waren vaak kleine familiebedrijven die generaties lang in Amsterdam gevestigd waren.
  3. Consolidatie: De bezetter wil alle afzonderlijke handelsquota (kontingente) samenvoegen onder één Duitse "Übernehmer" (overnemer): de Fischhandlung G.m.b.H. uit Gelsenkirchen, onder leiding van een zekere Dr. Stuth.
  4. Ideologische rechtvaardiging: De brief gebruikt de term "Judenkonsortium" om de bedrijven te dehumaniseren en de inbeslagname te rechtvaardigen als een noodzakelijke economische herstructurering.
  5. Logistiek: Het feit dat de brief is gericht aan het "Marktwezen Amsterdam" toont aan hoe de gemeentelijke instanties werden ingezet om de Duitse onteigeningsorders technisch uit te voeren. De brief dateert van april 1943, een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Terwijl de eigenaren en hun families vaak al waren weggevoerd of ondergedoken zaten, wikkelde de Duitse bureaucratie de roof van hun bezittingen af.

De Wirtschaftsprüfstelle, die onder de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft (Hans Fischböck) viel, was verantwoordelijk voor het opsporen en liquideren van Joods kapitaal in Nederland. In de vishandel, een sector waarin veel Amsterdamse Joden werkzaam waren, betekende dit een totale vernietiging van de Joodse economische infrastructuur. Veel van de namen op deze lijst komen voor in de archieven van de Holocaust; de meesten van hen hebben de oorlog niet overleefd. De genoemde Dr. Stuth uit Gelsenkirchen is een voorbeeld van een zogenaamde "Treuhänder" of begunstigde die profiteerde van de bezetting door zijn eigen handelsimperium uit te breiden met geroofd bezit.

Samenvatting

Dit document is een kil, bureaucratisch bewijsstuk van de economische vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Arisering: De term "Arisierung" (Arisering) wordt expliciet gebruikt. Dit hield in dat Joodse eigenaren gedwongen werden hun bedrijven af te staan aan "Ariërs" (meestal Duitsers of collaborateurs), vaak voor een fractie van de waarde of zonder enige vergoeding.
  2. Lijst van slachtoffers: De brief noemt zeven specifieke vishandelaren en bedrijven in Amsterdam (waaronder de families Peper, Biet, Drukker, Goudenketting en Wijndschenk). Dit waren vaak kleine familiebedrijven die generaties lang in Amsterdam gevestigd waren.
  3. Consolidatie: De bezetter wil alle afzonderlijke handelsquota (kontingente) samenvoegen onder één Duitse "Übernehmer" (overnemer): de Fischhandlung G.m.b.H. uit Gelsenkirchen, onder leiding van een zekere Dr. Stuth.
  4. Ideologische rechtvaardiging: De brief gebruikt de term "Judenkonsortium" om de bedrijven te dehumaniseren en de inbeslagname te rechtvaardigen als een noodzakelijke economische herstructurering.
  5. Logistiek: Het feit dat de brief is gericht aan het "Marktwezen Amsterdam" toont aan hoe de gemeentelijke instanties werden ingezet om de Duitse onteigeningsorders technisch uit te voeren.

Historische Context

De brief dateert van april 1943, een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Terwijl de eigenaren en hun families vaak al waren weggevoerd of ondergedoken zaten, wikkelde de Duitse bureaucratie de roof van hun bezittingen af.

De Wirtschaftsprüfstelle, die onder de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft (Hans Fischböck) viel, was verantwoordelijk voor het opsporen en liquideren van Joods kapitaal in Nederland. In de vishandel, een sector waarin veel Amsterdamse Joden werkzaam waren, betekende dit een totale vernietiging van de Joodse economische infrastructuur. Veel van de namen op deze lijst komen voor in de archieven van de Holocaust; de meesten van hen hebben de oorlog niet overleefd. De genoemde Dr. Stuth uit Gelsenkirchen is een voorbeeld van een zogenaamde "Treuhänder" of begunstigde die profiteerde van de bezetting door zijn eigen handelsimperium uit te breiden met geroofd bezit.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6