Handgeschreven notitie op stevig beige papier/karton.
Origineel
Handgeschreven notitie op stevig beige papier/karton. (Linksboven, met rood potlood doorgestreept):
fam. Grishover Rijnstraat 25
2x gep. serm.
1x ger. aal.
1x ger. vark.
(Midden, groot horizontaal schrift):
Sizah Meisel
(Midden rechts, verticaal geschreven met rode markeringen):
30 Juni 44
volgens oma is de kaart door
mevr. Ka aan Rudolf of Bennings onder
voortzetting verstrekt
[overschreven met rood:] medegedeeld dat Mevr Grishover her-werkt
heden in de verdediging is opgenomen : 3-7-'44
(Onderzijde, in potlood):
Mevr. Grishover heeft.
brief Wirtschaftsprüfstelle
getekend op 2-6-1944.
Hiervan is afschrift
gemaakt. Nu met
vinnia opnemen?
Th. Zilburgh
3-7-'47 Dit document functioneert als een administratieve 'dossierkaart' waarop informatie over een langere periode is verzameld. Er zijn drie duidelijke lagen te onderscheiden:
- De praktische laag (linksboven): Een adresnotitie gecombineerd met een lijstje van etenswaren (gep. zalm/serm?, gerookte aal, gerookt varkensvlees). Dit suggereert een distributielijst of een overzicht van pakketten die naar dit adres zijn gestuurd.
- De oorlogslaag (1944): De verticale tekst en de notitie over de Wirtschaftsprüfstelle (de Duitse instantie die toezag op de onteigening van Joodse bedrijven) duiden op de precaire situatie van de familie Grishover. De term "in de verdediging opgenomen" op 3 juli 1944 wijst waarschijnlijk op een poging om via juridische of economische weg uitstel van deportatie te verkrijgen (een zogenaamde 'Sperre').
- De naoorlogse laag (1947): De aantekening onderaan is van drie jaar later. Th. Zilburgh controleert blijkbaar de feiten uit 1944, waarschijnlijk in het kader van rechtsherstel of een onderzoek naar de afwikkeling van de bezittingen van de familie Grishover. De vraag "Nu met vinnia [of Omnia?] opnemen?" duidt op een volgende stap in een administratief proces. De familie Grishover woonde tijdens de oorlog in de Rijnstraat 25 in Amsterdam (Rivierenbuurt), een buurt met een hoge concentratie Joodse inwoners. De vermelding van de Wirtschaftsprüfstelle is typerend voor dossiers waarbij Joodse ondernemers hun zaak moesten overdragen of liquideren onder dwang van de bezetter. De data in de zomer van 1944 zijn cruciaal, omdat dit de periode was vlak voordat de laatste grote transporten uit Amsterdam plaatsvonden. Dergelijke documenten werden na de bevrijding veelvuldig gebruikt door instanties zoals de Raad voor het Rechtsherstel om de gang van zaken tijdens de bezetting te reconstrueren. Omnia