Een zakelijke brief/ambtelijke mededeling betreffende de voortzetting van een onderneming en de toewijzing van distributierechten.
Origineel
Een zakelijke brief/ambtelijke mededeling betreffende de voortzetting van een onderneming en de toewijzing van distributierechten. 11 juli 1944. De Directeur (vermoedelijk van een lokale visafslag of gemeentelijke instantie). De Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. 46b/18/4M. 11 Juli 1944. vB/SV.
toewijzing
fa.Grishaaver.
Den Heer Directeur van het
Bedrijfschap voor Visscherij
producten,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e.
Ten vervolge op mijn brief d.d.
11 Mei jl. no.46b/18/2M. bericht ik U,
thans van de Omnia Treuhandgesellschaft
bericht te hebben ontvangen, dat de
zaak Grishaaver op naam van den zoon kan
worden voortgezet. De firma Grishaaver
is derhalve met ingang van heden in de
vischverdeeling aan den afslag alhier
opgenomen met gepelde garnalen(2x), ge-
rookte aal (1x) en gerookte visch(1x).
De Directeur, * Type document: Een zakelijke brief/ambtelijke mededeling betreffende de voortzetting van een onderneming en de toewijzing van distributierechten.
* Kernboodschap: De firma Grishaaver mag onder de naam van de zoon van de eigenaar worden voortgezet. Hierdoor krijgt de firma weer toegang tot de visverdeling bij de lokale afslag voor specifieke producten (garnalen, aal en gerookte vis).
* Belangrijke termen:
* Omnia Treuhandgesellschaft: Dit was een Duitse instelling tijdens de bezetting die belast was met het beheer, de liquidatie of de "arisering" van Joodse bedrijven en vermogens.
* Vischverdeeling: Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een strikte distributie en rantsoenering van voedsel, waaronder vis.
* Bedrijfschap voor Visscherijproducten: Het overkoepelende orgaan dat de visserijsector reguleerde tijdens de bezetting. Dit document stamt uit juli 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding van de Omnia Treuhandgesellschaft is cruciaal; dit wijst erop dat de firma Grishaaver onder toezicht van de bezetter stond. Het feit dat de zaak "op naam van de zoon" mag worden voortgezet, suggereert een juridische of administratieve wijziging die noodzakelijk was om het bedrijf open te houden, mogelijk nadat de oorspronkelijke eigenaar (de vader) door de bezetter was verwijderd of omdat men moest aantonen dat de leiding in 'goede' handen was.
De brief illustreert de verregaande bureaucratische controle over de voedselvoorziening en het bedrijfsleven. Zelfs de kleinste details van de handel (zoals de toewijzing van gepelde garnalen of gerookte aal aan een specifieke firma) moesten formeel worden bevestigd en voldeden aan de regels van zowel de economische distributie als de ideologische zuiveringen van de Duitse autoriteiten.