Archiefdocument
Origineel
10 juli 1944 (onderaan genoteerd als 10/7 44). Een functionaris van de Afdeling Bedrijfschappen Vischproducten (ondertekend met initialen). indiening: 46 B/10/4
van G. Schuiven.
afd Bedrijfschappen Vischprod.
Ten vervolge op mijn brief v.d.
11 Meij j.l. no. 46 B/10/2 17. Bericht ik U,
thans van de Omnia Treuhandgesellschaft
bericht te hebben ontvangen, dat de zaak
G. Schuiven op nieuw in de vaart kan worden
voortgezet. De fa G. Schuiven is derhalve
met ingang van heden in de vischverdeeling
als detaillist alsnog opgenomen met gepelde
garnalen (2x), gerookte aal (1x) en gerookte
visch (1x).
[stempel:] U.B.
[initialen] 10/7 44
202
[initialen] Dit document is een administratieve bevestiging van de heropening of voortzetting van een vishandel ("G. Schuiven") binnen het distributiestelsel tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de tekst is de melding dat de Omnia Treuhandgesellschaft akkoord is gegaan met de voortzetting van de zaak.
De Omnia Treuhandgesellschaft was een beruchte instantie die door de bezetter was ingesteld om toezicht te houden op de "arisering" van het bedrijfsleven. Zij beheerden of liquideerden Joodse ondernemingen. De vermelding dat de zaak "op nieuw in de vaart kan worden voortgezet" wijst erop dat de onderneming een onderzoek of beheersperiode door de Omnia heeft doorlopen en nu (mogelijk onder nieuw, 'Arisch' beheer) weer volledig mag deelnemen aan de distributie van schaarse goederen.
De firma wordt specifiek weer opgenomen in de "vischverdeeling" als detaillist, waarbij de wekelijkse of maandelijkse toewijzingen exact worden benoemd: gepelde garnalen, gerookte paling (aal) en gerookte vis. In de zomer van 1944 (vlak voor de geallieerde opmars naar Nederland) was de voedselvoorziening volledig gecentraliseerd en gerantsoeneerd via de zogenaamde 'Bedrijfschappen'. Geen enkele winkelier kon legaal aan voorraad komen zonder een officiële toewijzing.
De betrokkenheid van de Omnia Treuhandgesellschaft in dit document is een direct bewijs van de economische controle en de uitsluitingspolitiek van de bezetter. Het document toont de bureaucratische afhandeling van wat in werkelijkheid vaak gepaard ging met de onteigening van Joodse eigenaren. De precisie waarmee de hoeveelheden vis worden genoteerd, illustreert de nijpende schaarste en de strikte overheidscontrole op elk pond voedsel in die periode. G. Schuiven Omnia