Getypt afschrift van een verzoekschrift.
Origineel
Getypt afschrift van een verzoekschrift. Mevr. de Wed. J.W. Helsloot-Kortlever. De Burgemeester van Amsterdam (tijdens de Duitse bezetting). A F S C H R I F T .
No. 486 L.M. 1934 23/5
No.46b/43/5M. 1944 25/5. Amsterdam, 23 Mei 1944.
Edelachtbare Heer
Burgemeester van Amsterdam
Edelachtbare Heer,
Ondergeteekende Mevrouw de Wed. J.W. Helsloot-Kortlever, wonende
Lange Leidschedwarsstraat 89 I te Amsterdam (C) wendt zich met
verschuldigde eerbied tot U met het verzoek attentie te willen
verleenen aan het navolgende.
Op 9 April 1944 is van wijlen mijn echtgenoot J.W. Helsloot ge-
boren 24 Mei 1890 van beroep vischventers het laatst gewoond
hebbende Lange Leidschedwarsstraat 89 I te Amsterdam aldaar
overleden. Tengevolge daarvan ben ik met een gezin van 10 per-
sonen allen kinderen onverzorgd achtergebleven.
Daar Helsloot in het bezit was van een geldige vergunning tot
het in ontvangst nemen van toewijzingen visch met welke visch-
verkoop hij in het onderhoud van mijn en mijn gezin kon voor-
zien is thans deze bron van inkomsten voor mij opgehouden.
Verzoekster vraagt U nu beleefd ten behoeve van haar en haar
gezin in deze Uw medewerking te willen verleenen opdat de aan
haar overleden echtgenoot uitgereikt vergunning word overgeschre-
ven op haar naam, zoodat zij niet ten laste van het Gem. Bureau
voor Sociale Zaken zal komen maar het beroep van haar overleden
echtgenoot kan voortzetten om in het onderhoud van haar en haar
10 kinderen te kunnen voorzien. Ter toelichting het volgende.
Mijn overleden echtgenoot had de laatste tijd van zijn vergun-
ning geen gebruik gemaakt omreden hij bij een patroon in loon-
dienst was getreden. Echter heeft hij wel regelmatig zijn leges
en markgeld op het kantoor van den marktmeester voldaan teneind
te voorkomen, dat hij eventueel ontslag bij zijn patroon niet
ten laste van de gemeente zou komen. Op een door mij aan den
Directeur van het Marktwezen gericht verzoek tot het behoud
van de vergunning kreeg ik bijgaand schrijven ten antwoord.
waaruit ik meen te mogen opmaken, dat de bedoeling van mijn
verzoek door de daaronder genoemden Directeur abusievelijk is
opgevat. Moge een en ander bovengenoemd voor Uwe Edelachtbare
aanleiding zijn in deze Uw bemiddeling te willen verleenen opdat
ik in het bezit zou mogen komen van bovengenoemde vergunning
alzoo is dit voor mij aanleiding langs deze weg U met de meeste
derigheid mijn dabk te mogen betuigen.
Hopende een gunstig antwoord Uwerzijds te mogen ontvangen.
teeken ik
De Wethouder voor de Levensmiddelen enz. Hoogachtend
stelt deze in handen van den Heer
Directeur van het Marktwezen en de de Wed. J.W. Helsloot-Kortlever
Gem. Adviseur voor Voedings- en L.Leidschedwarstr. 89 I
Distributieaangelegenheden. Amsterdam-Centrum.
Amsterdam, 25 Mei 1944. * **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in de officiële, enigszins archaïsche spelling van voor 1947 (bijv. "visch", "zoodat", "ondergeteekende"). Er bevinden zich enkele opvallende typefouten in de slotzin ("derigheid" in plaats van "eerbiedigheid" en "dabk" in plaats van "dank"), wat vaker voorkwam bij haastig getypte afschriften.
- Toon: De toon is uiterst nederig en formeel ("met verschuldigde eerbied"), kenmerkend voor correspondentie met de overheid in die tijd.
- Argumentatie: De weduwe gebruikt een pragmatisch argument: als zij de vergunning krijgt, hoeft de gemeente haar gezin van tien kinderen niet financieel te ondersteunen via de sociale dienst. Dit was een krachtig argument in een tijd van schaarste en strakke budgetten.
- Administratief proces: De kantlijnnotitie toont de snelle bureaucratische gang van zaken: de brief van de 23e wordt op de 25e al doorgeleid naar de relevante afdelingen (Marktwezen en Voedings- en Distributieaangelegenheden). Dit document stamt uit mei 1944, een kritieke fase in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam kampte met enorme tekorten. De visserij en de handel in vis waren strikt gereguleerd via een vergunningenstelsel en distributiebonnen.
Voor een weduwe met tien kinderen betekende het wegvallen van de echtgenoot (de broodwinner) acute armoede. De visvergunning was in dit geval een "levenslijn": het gaf het recht op toewijzing van handelswaar, wat essentieel was om legaal inkomen te genereren. Het feit dat de overleden echtgenoot zijn marktgeld was blijven betalen terwijl hij in loondienst was, toont aan hoe waardevol dergelijke papieren waren als sociale verzekering in onzekere tijden. Het document illustreert de overlevingsstrategieën van gewone burgers onder de bezetting.