Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 359
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder voorgedrukt hoofd).

27 juni 1944. Van: Onbekend lokaal bestuur (vermoedelijk een gemeente, gezien de verwijzing naar "Gemeentebestuur alhier"), getekend door "De Directeur". Aan: Den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage.

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder voorgedrukt hoofd). 27 juni 1944. Onbekend lokaal bestuur (vermoedelijk een gemeente, gezien de verwijzing naar "Gemeentebestuur alhier"), getekend door "De Directeur". Den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. [Handgeschreven]: Verzonden 27/6 [onleesbare paraaf]

46b/65/7M. 27 Juni 1944. vB/SV.

toewijzing Mevrouw Den Heer Directeur van het
M.E. Botter-Jansen. Bedrijfschap voor Visscherij-
producten,

                                                                             2e Adelheidstraat 300,

                                                                             's-G r a v e n h a g e.
                                                                             =======================

                     In antwoord op Uw brief d.d. 1 Mei

jl. no. 9336 /V/Vij bericht ik U, dat adres-
sante zich eveneens met haar verzoek heeft
gewend tot het Gemeentebestuur alhier. In
overleg met dit Bestuur en na behandeling
van haar zaak in de Verdeelingscommissie is
besloten de aaltoewijzing weder te brengen
op 200 ½ kg, per toewijzing, daarbij in over-
weging nemende, dat haar echtgenoot thans
weer hier te lande werkzaam is.
Ten aanziende van de toewijzing voor
fijne zeevisch is beslist, dat zij hiervoor
niet in aanmerking kan komen. De zaak van
adressante valt onder die categorie van
handelaren, aan wie indertijd geen extra
toewijzing zeevisch, in den vorm van fijne
zeevisch, is verstrekt. Alleen de grootere
zaken, die meer onkosten hadden, is in de-
zen tegemoetgekomen. Bovendien heeft adres-
sante in de basisjaren nimmer of vrijwel
nimmer fijne zeevisch verkocht.
Adressante is hiervan bereids door
het Gemeentebestuur alhier mededeeling ge-
daan.

                                                                             De Directeur, *   **Kernboodschap:** De brief informeert het Bedrijfschap over een besluit betreffende de visquota (toewijzingen) van een lokale handelaarster, Mevrouw Botter-Jansen. Haar quotum voor aal (paling) wordt verhoogd naar 200,5 kg, maar haar verzoek voor "fijne zeevis" wordt afgewezen.
  • Argumentatie:
    • De verhoging van de aaltoewijzing wordt gerechtvaardigd door het feit dat haar echtgenoot weer in Nederland werkzaam is (wat mogelijk duidt op een terugkeer van tewerkstelling in het buitenland).
    • De afwijzing voor fijne zeevis is gebaseerd op historische verkoopcijfers ("basisjaren") en de omvang van de zaak; alleen grotere zaken met hogere vaste lasten kregen deze extra toewijzing.
  • Bureaucratische structuur: Het document toont de gelaagdheid van de distributie tijdens de oorlog: een samenspel tussen het landelijke Bedrijfschap, het lokale Gemeentebestuur en een specifieke "Verdeelingscommissie". * Oorlogstijd: De brief is gedateerd op 27 juni 1944, enkele weken na de geallieerde landing in Normandië (D-Day). Nederland bevindt zich in een fase van extreme schaarste en strikte distributie onder het nazi-bewind.
  • Voedselvoorziening: Vis was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening, maar de vangst en distributie stonden onder strenge controle van de bezetter en de daarvoor opgerichte Nederlandse instanties zoals het Bedrijfschap voor Visscherijproducten.
  • Vrouwelijke ondernemers: Mevrouw Botter-Jansen drijft de zaak, wat typerend was voor de oorlogsjaren wanneer mannen vaak afwezig waren door krijgsgevangenschap, tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) of onderduik. De opmerking over de echtgenoot suggereert dat zijn status direct invloed had op de toewijzingsrechten van het familiebedrijf.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief informeert het Bedrijfschap over een besluit betreffende de visquota (toewijzingen) van een lokale handelaarster, Mevrouw Botter-Jansen. Haar quotum voor aal (paling) wordt verhoogd naar 200,5 kg, maar haar verzoek voor "fijne zeevis" wordt afgewezen.
  • Argumentatie:
    • De verhoging van de aaltoewijzing wordt gerechtvaardigd door het feit dat haar echtgenoot weer in Nederland werkzaam is (wat mogelijk duidt op een terugkeer van tewerkstelling in het buitenland).
    • De afwijzing voor fijne zeevis is gebaseerd op historische verkoopcijfers ("basisjaren") en de omvang van de zaak; alleen grotere zaken met hogere vaste lasten kregen deze extra toewijzing.
  • Bureaucratische structuur: Het document toont de gelaagdheid van de distributie tijdens de oorlog: een samenspel tussen het landelijke Bedrijfschap, het lokale Gemeentebestuur en een specifieke "Verdeelingscommissie".

Historische Context

  • Oorlogstijd: De brief is gedateerd op 27 juni 1944, enkele weken na de geallieerde landing in Normandië (D-Day). Nederland bevindt zich in een fase van extreme schaarste en strikte distributie onder het nazi-bewind.
  • Voedselvoorziening: Vis was een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening, maar de vangst en distributie stonden onder strenge controle van de bezetter en de daarvoor opgerichte Nederlandse instanties zoals het Bedrijfschap voor Visscherijproducten.
  • Vrouwelijke ondernemers: Mevrouw Botter-Jansen drijft de zaak, wat typerend was voor de oorlogsjaren wanneer mannen vaak afwezig waren door krijgsgevangenschap, tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) of onderduik. De opmerking over de echtgenoot suggereert dat zijn status direct invloed had op de toewijzingsrechten van het familiebedrijf.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6