Verzoekschrift / briefkaart
Origineel
Verzoekschrift / briefkaart 14 maart 1944 [Bovenaan links, stempels/notities:]
$N^o \frac{464}{30}/1$ M. 1944 $\frac{16}{3}$
[Links, adres:]
Directie Marktwezen
J. v. Galenstr. 17
Alhier.
[Rechts, boven:]
W
[Scribbel/Paraaf]
dossier $\frac{1}{y}$
A'dam 14-3-'44
[Inhoud:]
M.H.
Hiermede neem ik de vrijheid U beleefd te verzoeken mijn toewijzing zoetwatervisch in de Gemeente Visch afslag A'dam van 40 pond te brengen op 80 pond per toewijzing, en tevens mij een toewijzing gezoute visch te willen toekennen.
Zoetwatervisch heb ik vóór '40 regelmatig in behoorlijke hoeveelheden verkocht en betrokken van o.a. Griffioen - Breukelen ; Gebr. Dil - Oostzaan ; Hoethmer, - Uithoorn. De auteur van deze brief verzoekt de Directie Marktwezen om een verhoging van de wekelijkse toewijzing (het quotum) voor zoetwatervis bij de Gemeentelijke Visafslag van Amsterdam. Het verzoek is om de hoeveelheid te verdubbelen van 40 naar 80 pond. Daarnaast vraagt de afzender om een nieuwe toewijzing voor gezouten vis. Als rechtvaardiging voert de schrijver aan dat hij/zij al vóór de oorlog (1940) substantiële hoeveelheden vis verkocht en noemt daarbij drie specifieke leveranciers uit de regio (Breukelen, Oostzaan en Uithoorn) om de handelsgeschiedenis aan te tonen. Het document dateert uit maart 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en stonden bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, onder streng toezicht van de distributieautoriteiten. De "Directie Marktwezen" in de Jan van Galenstraat hield toezicht op de handel in de Centrale Markthallen. Handelaren moesten officiële toewijzingen (quota) hebben om goederen te mogen inkopen en verkopen. Het feit dat de schrijver verwijst naar de situatie "vóór '40" is kenmerkend voor dergelijke verzoeken; men probeerde hiermee aan te tonen dat men een gevestigde handelaar was en dus recht had op een deel van de schaarse voorraden. M.H. Marktwezen