Handgeschreven verzoekschrift aan de Dienst Marktwezen.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan de Dienst Marktwezen. 4 april 1944. [Stempel linksboven:] Nº 466/54/1
[Stempel midden boven:] M. 1944 12/4
[Rechtsboven handgeschreven:] 942
[Rechtsboven potloodnotities:] n. i. d. p. / ontv. / [paraaf]
Amsterdam 4 April 44.
Wel Ed: Heer.
Dir:
Marktwezen.
Ondergeteekende Panhuyzen
Arons geb: 25 Jan: 1898
te Amsterdam van Beuningenstr
155 II hier, bevoegd met handel
baar. haring gerookten en gebakken
met gezouten visch en zurer waren.
vaste stand plaats houder
Witte kade hoek Nassaustr:
vraagt beleefd doch dringend
of hij in aanmerking kan komen
voor een toewijzing van visch
kan zoo danige kwitanties
toonen dat hij al zoo danig
visch handelaar is geweest
in de jaren 38/40.
[Rechtsonder handgeschreven:] 7615 In deze brief richt de heer Panhuyzen Arons, een visboer gevestigd in de Van Beuningenstraat te Amsterdam, zich tot de directeur van de Dienst Marktwezen. Hij verzoekt dringend om een officiële toewijzing van vis (waarschijnlijk een leveringsvergunning of rantsoentoewijzing) voor zijn vaste standplaats op de hoek van de Witte de Withkade en de Nassaustraat.
De schrijver voert aan dat hij een vakbekwaam handelaar is in gerookte, gebakken en gezouten vis, evenals in "zure waren" (zoals inmaak). Om zijn recht op deze toewijzing te onderbouwen, biedt hij aan om kwitanties te tonen die bewijzen dat hij reeds in de jaren 1938-1940 (vóór en aan het begin van de bezetting) als visboer actief was. De brief is een typisch voorbeeld van een middenstander die probeert zijn broodwinning veilig te stellen binnen de strikte regelgeving van de distributietijd. De brief dateert van april 1944, een periode waarin Nederland gebukt ging onder de Duitse bezetting. Voedselvoorziening en handel stonden onder streng toezicht van de overheid. Producten zoals vis waren schaars en de handel ervan was gebonden aan strikte vergunningen en toewijzingen via de Dienst Marktwezen en de distributiediensten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het voor marktkooplieden en straathandelaars essentieel om aan te tonen dat zij "gevestigde" ondernemers waren. De verwijzing naar de jaren 1938-1940 dient hier als bewijslast dat hij geen 'gelukszoeker' is die pas tijdens de oorlog in de zwarte handel is gestapt, maar een bonafide vakman. De locatie die hij noemt (Witte de Withkade/Nassaustraat) bevindt zich in de Staatsliedenbuurt/Oud-West, een volksbuurt waar straathandel een vitale rol speelde in de voedselvoorziening. Marktwezen