Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 445
Dossier 109
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtelijk concept of memo (handgeschreven).

13 oktober 1944 (gebaseerd op kantlijnnotitie); verwijst naar rapport van 26 mei 1943 en kantbrief van 26 september jl.

Origineel

Ambtelijk concept of memo (handgeschreven). 13 oktober 1944 (gebaseerd op kantlijnnotitie); verwijst naar rapport van 26 mei 1943 en kantbrief van 26 september jl. [Links boven:]
onderwerp
opneming van S.C. Mannis jr.
in vischverdeeling.

[Rechts boven:]
W. l. m.
[Stempel/omlijnd:] typen

[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van
het met Uw kantbrief d.d. 26 Sept. j.l.
om advies ontvangen stuk no. 785 C. 07. 144
hebben ondergeteekenden de eer U te
[doorgehaald: berichten dat]
verwijzen naar hun rapport d.d. 26 Mei 1943
no. 46 B/176/4 17., [doorgehaald: waarbij zich geen
omstandigheden hebben voorgedaan,]
Inderdaad hebben zich geen nieuwe
gezichtspunten voorgedaan, weshalve
ook thans [doorgehaald: voor ondergeteekenden] geen aanleiding bestaat
gunstig op het verzoek of advies te
adviseren.

[Kantlijn links:]
46 b/61/6
13/10 '44
by

[Rechts onder:]
[Paraaf] deze datum [Paraaf] Het document is een concept voor een ambtelijk schrijven. De auteur (waarschijnlijk een adviserend orgaan of een specifieke afdeling binnen een ministerie) reageert op een dossier ("stuk no. 785") betreffende een zekere S.C. Mannis jr.

De kern van de boodschap is een handhaving van een eerder standpunt. De schrijver verwijst naar een rapport uit mei 1943 en stelt dat er sindsdien geen nieuwe feiten of "gezichtspunten" aan het licht zijn gekomen. De conclusie is negatief voor de verzoeker: er is geen reden om gunstig te adviseren over diens opname in de "vischverdeeling".

De tekst bevat diverse correcties (doorhalingen), wat typerend is voor een concept dat nog getypt moet worden (zoals aangegeven door de paarse aantekening "typen"). De stijl is formeel en ambtelijk ("hebben de eer U te verwijzen", "weshalve"). Dit document stamt uit oktober 1944, een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis (Tweede Wereldoorlog). Terwijl het zuiden van Nederland reeds bevrijd was, bevond het bestuurscentrum in Den Haag zich nog onder Duitse bezetting, midden in de aanloop naar de Hongerwinter.

De term "vischverdeeling" verwijst naar de distributie en rantsoenering van voedsel. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via rijksbureaus. Het feit dat er in 1944 nog correspondentie plaatsvindt over een verzoek uit 1943, duidt op de bureaucratische traagheid of de starheid van het systeem in oorlogstijd. Toelating tot een specifieke distributieregeling (zoals voor vis) was van groot belang voor de voedselzekerheid van individuen of handelaren. De afwijzing in dit document suggereert dat de autoriteiten vasthielden aan strikte richtlijnen, ondanks de verslechterende voedselverzameling in die periode.

Samenvatting

Het document is een concept voor een ambtelijk schrijven. De auteur (waarschijnlijk een adviserend orgaan of een specifieke afdeling binnen een ministerie) reageert op een dossier ("stuk no. 785") betreffende een zekere S.C. Mannis jr.

De kern van de boodschap is een handhaving van een eerder standpunt. De schrijver verwijst naar een rapport uit mei 1943 en stelt dat er sindsdien geen nieuwe feiten of "gezichtspunten" aan het licht zijn gekomen. De conclusie is negatief voor de verzoeker: er is geen reden om gunstig te adviseren over diens opname in de "vischverdeeling".

De tekst bevat diverse correcties (doorhalingen), wat typerend is voor een concept dat nog getypt moet worden (zoals aangegeven door de paarse aantekening "typen"). De stijl is formeel en ambtelijk ("hebben de eer U te verwijzen", "weshalve").

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1944, een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis (Tweede Wereldoorlog). Terwijl het zuiden van Nederland reeds bevrijd was, bevond het bestuurscentrum in Den Haag zich nog onder Duitse bezetting, midden in de aanloop naar de Hongerwinter.

De term "vischverdeeling" verwijst naar de distributie en rantsoenering van voedsel. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via rijksbureaus. Het feit dat er in 1944 nog correspondentie plaatsvindt over een verzoek uit 1943, duidt op de bureaucratische traagheid of de starheid van het systeem in oorlogstijd. Toelating tot een specifieke distributieregeling (zoals voor vis) was van groot belang voor de voedselzekerheid van individuen of handelaren. De afwijzing in dit document suggereert dat de autoriteiten vasthielden aan strikte richtlijnen, ondanks de verslechterende voedselverzameling in die periode.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6