Archief 745
Inventaris 745-431
Pagina 518
Dossier 76
Jaar 1944
Stadsarchief

Officiële correspondentie (brief).

3 mei 1944. Van: Bedrijfschap voor Visserijproducten, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. Aan: Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Officiële correspondentie (brief). 3 mei 1944. Bedrijfschap voor Visserijproducten, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage. Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. (Noot: Tekst in spiegelbeeld afkomstig van de achterzijde is weggelaten voor de leesbaarheid van de hoofdtekst.)

DIENST
Departement
van Landbouw en Visserij

3 Mei 1944.

Aan de Directie van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM.

No. 1020
Bedrijfschap voor Visserijproducten
2e Adelheidstraat 300
’S-GRAVENHAGE

De ondergetekende vervoegde zich de
Schindler, Hugo de Grootstraat 66 II, Amster-
dam, met verzoek de toewijzing, welke voorheen op
naam stond van zijn zoon G. Schindler en is inge-
trokken, weder te verstrekken.

Ter toelichting deelde hij mede, dat, hoewel
G. Schindler voor buitenlandsche arbeiders ver-
trok, de winkel in de Jan Evertsenstraat 22, blijk-
kens inschrijving in het Handelsregister van de
Kamer van Koophandel en Fabrieken van 7 Februari
1944 op diens naam staat.

Indien G. Schindler zijn vroegere toewijzing weder
verkrijgt, ligt het in de bedoeling de toegewezen
visch in de Jan Evertsenstraat te verkoopen door
A. Schindler of diens vrouw.

Wij verzoeken U ons in dezen wel van advies te wil-
len dienen.

BEDRIJFSSCHAP VOOR VISSERIJPRODUCTEN,

(Onleesbare paraaf) * Doel van de brief: Het Bedrijfschap vraagt de Directie van het Marktwezen om advies over een verzoek van Hugo Schindler. Hij wil dat de vis-toewijzing (een soort handelsvergunning of quotum) die op naam van zijn zoon G. Schindler stond, wordt hersteld.
* Situatie: De zoon, G. Schindler, is niet meer aanwezig omdat hij voor "buitenlandsche arbeiders vertrok". Dit is een eufemisme voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland).
* Juridische status: De winkel op de Jan Evertsenstraat 22 in Amsterdam staat nog officieel op naam van de zoon in het Handelsregister (sinds februari 1944).
* Beoogde exploitatie: Indien de toewijzing wordt teruggegeven, zal de feitelijke verkoop gedaan worden door A. Schindler of diens echtgenote.
* Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke ambtelijke spelling (bijv. "visch", "buitenlandsche"). Dit document stamt uit mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en handel volledig gecentraliseerd en gereguleerd via 'bedrijfschappen'. Niets kon worden verkocht zonder officiële toewijzing of vergunning.

De brief illustreert de persoonlijke gevolgen van de oorlog op de kleine middenstand: de eigenaar is weggevoerd voor dwangarbeid, waardoor de vergunningen van het familiebedrijf in gevaar komen. De familie probeert via de officiële weg de nering aan de Jan Evertsenstraat (een belangrijke winkelstraat in Amsterdam-West) voort te zetten. De vermelding van de Jan van Galenstraat als adres voor het Marktwezen is historisch accuraat; daar bevonden zich de Centrale Markthallen.

Samenvatting

  • Doel van de brief: Het Bedrijfschap vraagt de Directie van het Marktwezen om advies over een verzoek van Hugo Schindler. Hij wil dat de vis-toewijzing (een soort handelsvergunning of quotum) die op naam van zijn zoon G. Schindler stond, wordt hersteld.
  • Situatie: De zoon, G. Schindler, is niet meer aanwezig omdat hij voor "buitenlandsche arbeiders vertrok". Dit is een eufemisme voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland).
  • Juridische status: De winkel op de Jan Evertsenstraat 22 in Amsterdam staat nog officieel op naam van de zoon in het Handelsregister (sinds februari 1944).
  • Beoogde exploitatie: Indien de toewijzing wordt teruggegeven, zal de feitelijke verkoop gedaan worden door A. Schindler of diens echtgenote.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke ambtelijke spelling (bijv. "visch", "buitenlandsche").

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1944, de late fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en handel volledig gecentraliseerd en gereguleerd via 'bedrijfschappen'. Niets kon worden verkocht zonder officiële toewijzing of vergunning.

De brief illustreert de persoonlijke gevolgen van de oorlog op de kleine middenstand: de eigenaar is weggevoerd voor dwangarbeid, waardoor de vergunningen van het familiebedrijf in gevaar komen. De familie probeert via de officiële weg de nering aan de Jan Evertsenstraat (een belangrijke winkelstraat in Amsterdam-West) voort te zetten. De vermelding van de Jan van Galenstraat als adres voor het Marktwezen is historisch accuraat; daar bevonden zich de Centrale Markthallen.

Kooplieden in dit dossier 18

Gerelateerde Documenten 6