Getypt proces-verbaal / officieel rapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Getypt proces-verbaal / officieel rapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam. 22 april 1944. R A P P O R T.
Naar aanleiding betreffende een schrijven aan den Heer Directeur van het Marktwezen No 76/3/1, is door mij rapporteur een onderzoek ingesteld en rapporteer het volgende:
Op Donderdag 20 April 1944 hoorde ik een persoon die mij opgaf te zijn genaamd, W.A. Gans, wonende Hudsonstraat 119 huis alhier, hij verklaarde als volgt: "Op Zaterdag 8 April 1944 stond ik in de rij in de Jan Evertsenstraat met de bedoeling visch te kunnen koopen. Voordat ik aan de beurt was, was de visch uitverkocht. Ik zag dat de vischverkooper een partijtje visch in de bak van zijn wagen deed en zich er mede verwijderde. Ik ging deze persoon na, en constateerde, dat hij de visch afleverde bij de melkboer Veldhuisen (Hudsonstraat 120 alhier.) Volgens mij waren dit ongeveer 17 groote schollen. Nu kan mij dit minder schelen, alleen vind ik het optreden van den Marktambtenaar niet juist, toen ik hem de vraag stelde wie die vischverkooper was, temeer daar ik hem mededeelde dat ze hem oome jopie noemden, hij mij geen inlichtingen wilde verstrekken.
Daarnahoorde ik een persoon die mij opgaf te zijn genaamd: W. Veldhuisen, melkboer, wonende Hudsonstraat 120 huis alhier. Veldhuisen verklaarde als volgt: "Op of omstreeks 8 April 1944 is de vischverkooper Redeker bij mij aan huis gekomen en heeft ongeveer 2 Kg schol bij mij afgegeven. Deze schol heb ik van hem gekregen, omdat ik destijds wel eens het een en ander voor zijn ziekelijke dochter had gegeven. Ik kan U verklaren dat het ongeveer 14 a 15 middelmatige scholletjes waren."
Daarna hoorde ik een persoon die mij opgaf te zijn genaamd: M.H. Redeker, vischhandelaar en standplaats innemende op de dagmarkt de Jan Evertsenstraat alhier. Hij verklaarde als volgt: "Op of omstreeks 8 April 1944 heb ik volgens voorschrift 2 Kg schol (soort 3) voor eigen gebruik mede genomen, wat door de ambtenaar van het Marktwezen is gecontroleerd. Deze schol heb ik gebrcht bij de melkboer Veldhuisen, wonende Hudsonstraat 120. Veldhuisen heeft deze schol van mij gekregen als tegen prestatie voor hetgeen hij destijds voor mijn ziekelijke dochter heeft gedaan. Ik kan U verklaren dat ik niet meerdan mijn eigen portie bij hem heb afgegeven. Er waren ongeveer 15 schollen in voornoemd portie. Verders kan ik U niet verklaren."
Daarna hoorde ik de Markt ambtenaar Reijgward, die, nadat ik hem het een en ander had medegedeeld het volgende verklaarde: "Op Zaterdag 8 April 1944 heeft de mij bekende vischverkooper Redeker na afloop van zijn verkoop 2 Kg schol (soort 3) voor eigen gebruik mede genomen, dit is door mij gecontroleerd. Wat hij met deze visch heeft gedaan is mij onbekend, doch ik kan bevestigen dat hij bij het verlaten van de Markt niet meer dan volgens voorschrift, zijnde 2 Kg schol heeft medegenomen."
Den Heer Inspecteur Amsterdam 22 April 1944
van het Marktwezen. controleur
[Handtekening: J.P.N. Boon]
J.P.N. Boon.
[Handgeschreven kanttekeningen links:]
hem acc 7/5.
[Handgeschreven onderaan:]
m.i. als afgedaan te beschouwen
1-5-44 [initialen]
opl HD
--- Het document is een verslag van een onderzoek naar aanleiding van een klacht van een burger (Gans) over mogelijke onregelmatigheden bij de visverkoop tijdens de bezettingstijd.
De kern van de zaak:
1. De aanklacht: Gans zag dat visboer Redeker vis achterhield en bij een melkboer bezorgde, terwijl de mensen in de rij te horen kregen dat de vis op was. Gans beklaagt zich vooral over de onwelwillendheid van de marktmeester om informatie te geven over 'Oome Jopie' (de bijnaam van de visboer).
2. Het verweer: Zowel de melkboer (Veldhuisen) als de visboer (Redeker) verklaren dat het gaat om een legale hoeveelheid van 2 kg schol (het toegestane quotum voor eigen gebruik). Dit was een "tegenprestatie" (ruilhandel) voor hulp die de melkboer had geboden aan de zieke dochter van de visboer.
3. De controle: Marktambtenaar Reijgward bevestigt dat hij de 2 kg heeft gecontroleerd bij het verlaten van de markt.
De conclusie onderaan het document (handgeschreven) stelt dat de zaak op 1 mei 1944 als "afgedaan" kan worden beschouwd. Er is geen bewijs gevonden voor illegale handel buiten de toegestane rantsoenen om.
--- Dit document stamt uit april 1944, de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De voedselschaarste was groot en alles was strikt gerantsoeneerd.
- Sociale spanningen: De schaarste leidde tot argwaan onder burgers. Lange rijen voor winkels en kramen waren gebruikelijk, en zodra iemand zag dat er buiten de rij om goederen werden verplaatst, werd er direct gedacht aan zwarte handel of vriendjespolitiek.
- Ruilhandel: De verklaring over de "tegenprestatie" (vis in ruil voor hulp aan een dochter) is typerend voor de informele economie van de oorlog. Hoewel strikt genomen verdacht, werd het meenemen van een eigen portie (eigen gebruik) door handelaren gedoogd, mits gecontroleerd door het Marktwezen.
- Administratieve controle: De bezetter en de Nederlandse overheidsdiensten hielden een strakke bureaucratie in stand om de distributie te beheersen. Elk officieel schrijven van een burger moest worden onderzocht en gerapporteerd door ambtenaren zoals controleur Boon. Amsterdam 22 (Inspecteur) J.P.N. Boon M.H. Redeker W. Veldhuisen W.A. Gans Marktwezen