Getypte getuigenverklaringen en aangifte (onderdeel van een proces-verbaal).
Origineel
Getypte getuigenverklaringen en aangifte (onderdeel van een proces-verbaal). 29 januari 1944 (betreft feiten van 20 t/m 24 januari 1944). -3-
Grossiers in aardappelen. Evenals mijn andere collegas heb ik ook op 20, 21, 22 en 24 Januari 1944 op de Centrale Markt gewerkt bij het lossen van aardappelen. Ook ik maakte deel uit van de ploeg werklieden waar Borst, Nees en Kowski bij behoorde. Op een der genoemde datas, welke weet ik niet precies, heb ik tezamen met voornoemde menschen een handkar met aardappelen gevuld, welke aardappelen door ons werden afgenomen van de partij welke wij uit de wagons moesten lossen en storten in de groote Hal van de Centrale Markt. Toen de handkar gevuld was door ons, heeft Couvee deze voor ons overgebracht naar de Gillis van Ledenbergstraat alhier. Aldaar heb ik mijn gedeelte 70 KG ervan in ontvangst genomen en naar mijn huis gebracht. Ik heb van Nees een half mud aardappelen wat ongeveer zijn deel was van hem gekocht voor f. 5.- en deze ook naar mijn huis vervoerd. Ik heb de aardappelen voor mijn gezin gebruikt. Ook mij was het bekend dat deze aardappelen toebehoorde aan de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen. Wij hadden geen toestemming deze weg te nemen of daar op eenige andere wijze over te beschikken."
Vervolgens hoorden wij, verbalisanten, den vierden persoon die ons opgaf te zijn genaamd:
JOSEPH JAN KOWSKI, geboren te Amsterdam, 2 Juni 1886, aardappelenverwerker, Nederlander, wonende Bentinckstraat 14 III te Amsterdam, West, die ons als volgt verklaarde: "Ik ben als aardappelenverwerker in dienst bij de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in Aardappelen. Ook ik heb met mijn collega Borst, Nees en Bonte op 20, 21, 22 en 24 Januari 1944 gewerkt op de Centrale Markt bij het lossen van wagons met aardappelen. Bij die gelegenheid hebben wij toen in een handkar welke bij de wagons stond een partij aardappelen gestort en deze later weg laten halen door Couvee. Couvee is met de kar gereden naar de Gillis van Ledenbergstraat waar wij toen ons deel hebben weggehaald. De aardappelen die ik op deze manier heb verkregen heb ik mee naar mijn huis genomen en voor eigen gebruik gehouden. Ik heb op dien manier ongeveer 40 KG aardappelen gehad. Het was mij bekend, dat deze aardappelen toebehoorde aan mijn werkgevers, de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen. Wij hadden geen toestemming deze aardappelen weg te nemen of daar op andere wijze over te beschikken.
Naar aanleiding van het vorenstaande hoorden wij, verbalisanten, op Zaterdag 29 Januari 1944 den ons bekenden Dirk Hendrikse, oud 46 jaar, groothandelaar in aardapplen, aangesloten bij de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen, wonende Agatha Dekenstraat 20 II te Amsterdam West, die ons, nadat wij hem van het vorenstaande geval in kennis hadden gesteld, aangifte deed en als volgt verklaarde: "Sinds eenigen tijd worden de aardappelen bestemd voor de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen in de groote Hal van de Centrale Markt opgeslagen. Deze aardappelen worden grootendeels per wagon aangevoerd, en en daarna door de aardappelenverwerkers in de Hal gestort. Dit werk geschied onder toezicht van een door de Combinatie aangestelde controleur. Nu is gebleken dat de ploeg die zich schuldig aan diefstal van aardappelen heeft gemaakt, voordat zij begonnen te lossen eerst aardappelen in een handkar hadden gedeponeerd. Deze handkar hadden zij terzijde van de wagon geplaatst en tegen etenstijd omstreeks 9.30 uur v.m. door een jongen van de Markt laten brengen. Waarom deze menschen zich aan de aardappelen vergrepen hebben snap ik niet. Ten eerste hebben zij een weekloon van ongeveer f. 50.- en ten tweede hebben zij een extra rantsoen aardappelen per week, (dit is in overleg met de desbetreffende instanties in Den Haag geregeld). Hoeveel aardappelen zij op deze manier ontvreemd hebben is voor mij niet na te gaan, doch volgens de mededeeling dat zij vier maal een handwagen met aardappelen ontvreemd hebben, is het zeker meer dan zij opgegeven te hebben ontvreemd. De schade welke de Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen geleden heeft is * Inhoud: Het document bevat bekentenissen van arbeiders die aardappelen hebben ontvreemd tijdens hun werk op de Centrale Markt in Amsterdam, evenals de aangifte van hun werkgever.
* Modus Operandi: De arbeiders vulden een handkar met aardappelen direct uit de wagons, nog voordat de officiële lossing begon. Deze kar werd door een handlanger (Couvee) naar een andere locatie (Gillis van Ledenbergstraat) gebracht, waar de arbeiders later hun buit ophaalden.
* Motivatie en Tegenargument: Hoewel de arbeiders verklaren de aardappelen voor eigen gebruik/gezin te hebben meegenomen, uit de aangever (Hendrikse) zijn onbegrip. Hij wijst op hun relatief goede loon (50 gulden) en het feit dat zij al een extra officieel rantsoen kregen.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands uit de jaren '40, met gebruik van de 'n' in naamvallen (den vierden persoon, den ons bekenden) en specifieke vaktermen (verbalisanten, mud, aardappelenverwerker). Dit document stamt uit januari 1944, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Aardappelen waren een essentieel basisvoedsel, maar de tekorten namen toe. De "Amsterdamsche Combinatie van Grossiers in aardappelen" fungeerde als een centraal orgaan voor de distributie in de stad. Diefstal van voedsel was in deze context een ernstig vergrijp, omdat het de officiële rantsoenering ondermijnde. De genoemde locaties (Centrale Markt in West) waren de logistieke knooppunten voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De vermelding van "instanties in Den Haag" verwijst waarschijnlijk naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening of aanverwante departementen die de rantsoenen bepaalden. Joseph Jan Kowski Dirk Hendrikse Borst Nees Bonte Couvee. Rijksbureau