Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 7 juni 1939 (met aantekening "Verzonden 8/6"). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] C. Broese
VP/HG.
37/125/2 M.
1
[Handgeschreven/gestempeld diagonaal:] Verzonden 8/6
7 Juni 1939.
Verzoek Amsterdamsche Post-
harmonie om te mogen oefenen
op Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 3 dezer om advies ontvangen stuk No. 458 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat tot nu toe steeds alle verzoeken van vereenigingen om op de terreinen der Centrale Markt te mogen oefenen, zijn van de hand gewezen. Indien het onderhavige verzoek zou worden ingewilligd, zou dit ongetwijfeld consequenties hebben, doordat ook andere organisaties hun oefeningen op de markt zouden willen houden. Het feit, dat op de markt de goederen in niet afgesloten ruimten en op open plaatsen zijn opgeslagen, maakt het wenschelijk, dat daar zoo min mogelijk personen worden toegelaten, die niet voor den handel op het terrein moeten zijn.
Ik heb mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, In deze brief adviseert de directeur van de Centrale Markt de wethouder negatief over een verzoek van de Amsterdamsche Postharmonie. De harmonie wilde de terreinen van de Centrale Markt gebruiken als oefenlocatie. De directeur voert twee hoofdredenen aan voor de afwijzing:
1. Precedentwerking: Het inwilligen van het verzoek zou leiden tot een toestroom van soortgelijke verzoeken van andere verenigingen, wat ongewenst is.
2. Veiligheid en Logistiek: Omdat handelsgoederen op de markt vaak in open of niet-afgesloten ruimtes liggen opgeslagen, is het noodzakelijk om het aantal onbevoegden (personen die niet voor de handel komen) tot een minimum te beperken om diefstal of overlast te voorkomen.
De toon van de brief is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse periode, met zinsneden als "heb ik de eer U te berichten" en "mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven". De brief dateert van juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd de centrale spil voor de voedselvoorziening van de stad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was politiek verantwoordelijk voor de markt en de distributie.
De Amsterdamsche Postharmonie (opgericht in 1902) was een bekende bedrijfsvereniging van het toenmalige staatsbedrijf PTT. Het was destijds gebruikelijk dat dergelijke grote verenigingen zochten naar ruime, betaalbare locaties voor hun exercities en repetities. De spelling in het document volgt de spelling-Marchant (bijv. Amsterdamsche, wenschelijk), die tot 1947 de norm was in Nederland.