Handgeschreven verslag van een bespreking (notulen).
Origineel
Handgeschreven verslag van een bespreking (notulen). Vrijdag 24 maart 1939. Bespreking met grossiers Vischmarkt
op Vrijdag 24 Maart 1939
vrijblijvend - vertrouwelijk
gaat om afschaffing aanvoergelden
Vischmarkt. Komen daardoor meer grossiers
(bv. met aal) op de markt. Krijg ik dan alle
visch op het buitenterrein? (er komt dan staangeld (plaatsgeld + entreegeld))
Wijnhenk: heel aardig. Maar hoe wordt het plaatsgeld.
Kan iedereen dan op de markt of alleen de grossiers
Heer: op C. M. : als plaats per maand dan ook toegang
voor een maand; kan niet korter.
op C. M. betalen koopers entreegeld. - grossiers
plaatsgeld + entreegeld.
Grossiers vragen venters te weren als grossiers
Er zijn thans meer venters, die grossieren,
Gerritse: dan grossiers, die het vol kunnen houden met
grossier
Maakt U alleen jaarplaatsen, te voldoen in
12 maandelijksche termijnen; dan houdt U
scharrelaars weg.
Leurverbod ook voor visch. echter bestellen
blijft altijd vrij en 3/4 van de aal is vooruit be-
steld.
Wijnhenk: 6000. - aanvoergeld vorig jaar; dat kunnen we
thans nu niet meer halen; IJselmeer is gesloten
en daardoor zal aanvoergeld belangrijk dalen.
Heer: Komt U bij mij maar met een minimumbedrag
een bedrag dus, dat U beslist kunt opbrengen.
een en ander is zonder leurverbod niet uitbouwbaar. Het document is een verslag van een overleg over de modernisering van het marktreglement voor de vishandel. Centraal staat de discussie over het vervangen van de variabele aanvoergelden (belasting op binnengebrachte waar) door staangeld (een vaste vergoeding voor een standplaats gecombineerd met entreegeld).
De belangrijkste punten uit de discussie zijn:
1. Regulering van de handel: De grossiers pleiten voor een strenger onderscheid tussen groothandelaren en venters (straathandelaren). Ze willen voorkomen dat venters zich op de groothandelsmarkt begeven.
2. Bestrijding van 'scharrelaars': Door te werken met vaste jaarplaatsen die in maandelijkse termijnen betaald moeten worden, hopen de groothandelaren de incidentele en minder kapitaalkrachtige handelaren (scharrelaars) van de markt te weren.
3. Leurverbod: Er wordt gesproken over een verbod op het venten van vis aan de deur, waarbij de nuance wordt gemaakt dat het leveren op bestelling toegestaan moet blijven, aangezien een groot deel van de palinghandel op basis van voorafgaande bestellingen geschiedt.
4. Financiële noodzaak: De heer Wijnhenk wijst op de dalende opbrengsten van het oude systeem. Doordat het "IJselmeer" (sic) gesloten is, is de aanvoer en daarmee de belastingopbrengst drastisch verminderd. Dit overleg vindt plaats in maart 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de sluiting van het IJsselmeer kan duiden op de gevolgen van de strenge winter van 1938-1939 of op visserijbeperkingen die ontstonden na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932, wat de visserijsector in Nederland destijds diep raakte.
De afkorting "C. M." in de tekst verwijst naar de Centrale Markt, het systeem van groothandelsmarkten dat in grote steden werd gebruikt om de voedseldistributie te centraliseren en te controleren. De notulen tonen de spanning tussen de gevestigde groothandel en de meer informele straathandel (venters) in een tijd van economische verandering.