H.F. Reitema
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Doorslag van een getypte brief (archiefkopie).
De brief is een zakelijke afwijzing van een verzoek om extra rantsoenen of toewijzingen van vis. De toon is kort en formeel, zoals gebruikelijk in ambtelijke correspondentie uit die tijd. Enkele opvallende details: * **Spelling:** Gebruik van de oude spelling (vóór de hervorming van 1947), zoals "Visscherijcentrale" en "zoetwatervisch". * **Afkortingen:** "d.d." (de dato - gedateerd), "j.l." (jongstleden) en "wnd." (waarnemend). * **Archivering:** De code "HB." en "Wijk 9." duiden op een administratieve indeling, waarschijnlijk binnen de distributie-organisatie van Amsterdam. De handgeschreven tekst "Verzonden 7/8" bevestigt dat dit de kopie is die in het dossier van de verzender bleef.
Zakelijke brief / Verzoekschrift
In deze brief protesteert vishandelaar H.F. Reitema Jr. uit de Amsterdamse Jordaan tegen het uitblijven van zijn toewijzing voor rivier- en zoetwatervis. De brief is een reactie op een eerdere mededeling (van 7 augustus) waarin hem blijkbaar al een beperking was opgelegd wat betreft de levering van levende aal (paling). De afzender voert als argument aan dat hij in de referentieperiode (1940/41) recht had op een quotum van 4% via zijn groothandelaar in Enkhuizen. Hij benadrukt dat hij de vis verwerkt (bakken en met name roken) alvorens deze te verkopen. De reactie van de ambtenaar of de commissie, rechtsonder genoteerd, is kort en krachtig: **"afwijzen"**. De reden hiervoor is strikt beleidsmatig: er wordt op dat moment geen toestemming verleend voor het roken van zoetwatervis. Dit duidt op schaarste en een centraal gestuurde distributie waarbij bewerkingen die de aard van het product veranderen of wellicht brandstof verbruiken, werden ontmoedigd of verboden.
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer Reitema op 14 augustus 1942 had ingediend. Hij vroeg blijkbaar om twee zaken: een grotere toewijzing van zoetwatervis en toestemming om deze vis te mogen roken. De "Commissie" die door de Visscherijcentrale was ingesteld, heeft het verzoek onderzocht en negatief beoordeeld. De toon van de brief is kortaf en ambtelijk, typerend voor de bureaucratische correspondentie uit die periode. Het gebruik van de term "Wijk 9" duidt op de administratieve indeling van Amsterdam die door de autoriteiten werd gehanteerd.
Zakelijke brief (verzoekschrift).
In deze brief verzoekt vishandelaar H.F. Reitema Jr. om een verhoging van zijn visrantsoen. De kernpunten van zijn betoog zijn: * **Beperking:** Zijn huidige toewijzing is slechts 80 pond verse aal, zonder extra's. * **Historische referentie:** Hij voert omzetcijfers aan uit 1939, 1940 en 1941 (bijna 3000 gulden per jaar aan zoetwatervis) om aan te tonen dat zijn bedrijf voorheen een veel grotere omvang had. * **Grondstoffentekort:** Hij klaagt over het volledig ontbreken van andere handelsproducten zoals mosselen en haring (voor de productie van rolmops). * **Persoonlijke omstandigheden:** Reitema voert een zware gezinssituatie aan als argument: hij heeft vier kinderen, waarvan er één al vijf jaar in een herstellingsoord verblijft, wat hoge kosten met zich meebrengt. * **Offer:** Hij vermeldt dat hij zijn "fruiterkenning" (vergunning om fruit te verkopen) al heeft ingeleverd, wat duidt op een sanering van zijn bedrijfsactiviteiten.
Getypte brief (doorslag of officieel bericht).
* **Kernboodschap:** De brief is een formele afwijzing van een verzoek om vis-toewijzingen. * **Besluitvorming:** Het verzoek is getoetst door de 'Verdeelingscommissie' van de 'Nederlandsche Visscherij Centrale'. Er zijn "geen termen" (geen geldige redenen of gronden) gevonden om de aanvraag goed te keuren. * **Definitief karakter:** De afzender is zeer stellig; het heeft geen zin om een nieuw verzoek in te dienen omdat de verdeellijsten voor de komende vijf maanden (tot april 1944) vaststaan. * **Taalgebruik:** Het document hanteert de toenmalige spelling (vischtoewijzingen, Nederlandsche) en een ambtelijke, afstandelijke toon.
Document
Het document is een verslag van besluitvorming door een commissie die toezicht houdt op de visverkoop en -distributie in Amsterdam. Enkele kernpunten: 1. **Strenge Regulering:** Er is sprake van een strakke controle op wie vis mag verkopen ("vergunningen") en hoeveel ("toewijzingen"). Dit wijst op een tekort aan goederen (distributiestelsel). 2. **Classificatie van Handelaren:** Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen "winkeliers" (gevestigde handelaren) en "straathandelaren". De commissie is huiverig om straathandelaren een winkelvergunning te geven, uit angst dat zij zo aan marktcontroles ontsnappen. 3. **Definitie van "Fijne Zeevisch":** Er is discussie over welke vissoorten als luxe of "fijn" worden beschouwd (tarbot, tong, griet, zalm, roode poon). Toewijzingen voor deze soorten zijn gewild. 4. **Historische Rechten:** Besluiten worden gebaseerd op de situatie in het "basisjaar 1939". Handelaren moeten bewijzen dat ze voor de oorlog al in bepaalde vissoorten handelden om nu in aanmerking te komen voor toewijzingen. 5. **Bescherming van de Markt:** De zaak van S.C. Marinus Jr. laat zien dat de commissie optreedt tegen handelaren die zij niet als "bona fide" beschouwt, bijvoorbeeld vanwege prijsopdrijving of ongewenste praktijken ten gunste van vissers (Urk) en ten nadele van de reguliere kleinhandel.
Getypte notulen of een adviesrapport van een commissievergadering.
Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische afhandeling van verzoeken binnen de visdetailhandel tijdens de bezettingsjaren. De toon is zakelijk en streng. De Commissie treedt op als een filter voor de schaarse middelen (visdistributie) en vergunningen. Opvallend is de afwijzende houding tegenover nieuwe instromers of uitbreidingen. Verzoeken worden afgewezen op basis van: 1. **Gebrek aan bewijs:** Hendriks wordt niet erkend als vakman omdat niemand hem kent van vóór 1938. 2. **Oorlogsomstandigheden:** Blank moet wachten tot na de oorlog voor uitbreiding van rookcapaciteit. 3. **Controle-overwegingen:** Posthumius wordt verdacht van het willen ontduiken van marktcontroles door een winkel te openen. In deze periode was de controle op winkels vaak anders geregeld dan op de markt, waar de zwarte handel wellicht makkelijker kon worden aangepakt of juist welig tierde. Slechts in het geval van G. Wezer wordt een verzoek (deels) ingewilligd, maar pas nadat er hard bewijs is geleverd over de omzet in het referentiejaar 1939. Dit onderstreept hoe belangrijk historische bedrijfsgegevens waren voor de distributie-economie tijdens de oorlog.
Relevante Archieffragmenten
## Rechterpagina
| | | | Reiman | - 3 44 | | | | H.G.Ruhe | - 4 94 | | | | A.Rustenburg | - 1 95 | | **transp.** | **[FL/15015 94]** | **transp.** | **Fl. 15212 21** | *[Handgeschreven rechtsonder:]* **z.o.z.** *(zie ommezijde)*
87 | | " 8 | P.Redert Wzn., Havenhoofd 344 | " 131 | J.Slotemaker, Jan in 't Veltstraat 123 | | | | " 135 | K.Kramer, Vijzelstr.187 | | | | " 139 | Wed.A.de Boer-Koorn, Vijzelstr.10 | 17793 - '39
(Bovenaan midden) @ A. Hegeman A. Lopes Dias L. Caransa
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Brief (handgeschreven) * **Datum:** 25 september 1943 * **Afzender:** H.T. Reitema Jr., 2e Boonen-dwarsstraat 9, Amsterdam * **Geadresseerde:** Mijnheer Ter Haar * **Kenmerken:** Bevat diverse administratieve stempels en aantekeningen, waaronder "afwijzen" in rood potlood.