Archiefdocument
Origineel
23 februari 1939. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Den Heer S. Voorzanger, Kerkstraat 357 hs, Amsterdam-Centrum (Wijk 4). MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 25/36/2 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
AMSTERDAM (W.) 23 Februari 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer S. Voorzanger,
Kerkstraat 357 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om geregeld van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat gebruik te maken, behoort de inschryving op de sollicitantenlyst voor bovengenoemde markt, ingevolge artikel 10 van het Reglement op de Markten, te worden geschrapt.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 27 Februari a.s. om 9 uur v.m. te komen by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Handtekening in paarse inkt]
[Handgeschreven notities onderaan]:
Kan niet tweemaal per week komen
intrekken
1-3-39
[Onleesbare signatuur]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-’38-1633.
# ANALYSE
De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een marktkoopman, de heer S. Voorzanger. Hij wordt ervan beschuldigd zijn "voorkeurskaart" voor de Albert Cuypmarkt niet regelmatig genoeg te gebruiken. Volgens het toenmalige marktreglement was men verplicht om op een minimumaantal marktdagen aanwezig te zijn om de opgebouwde rechten op een vaste standplaats (via de sollicitantenlijst) te behouden.
De toon van de brief is formeel en dreigend (schrapping van de lijst), maar biedt een laatste mogelijkheid tot verweer tijdens een hoorzitting bij de inspecteur. Uit de handgeschreven krabbels onderaan kunnen we de afloop opmaken: de koopman verklaarde dat hij niet tweemaal per week kon komen, waarna de beslissing werd genomen om zijn inschrijving per 1 maart 1939 in te trekken.
# CONTEXT
Dit document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Dienst van het Marktwezen was gevestigd aan de Jan van Galenstraat bij de Centrale Markthallen, een logistiek knooppunt in Amsterdam-West.
De Albert Cuypmarkt was in 1939 al de meest prominente markt van de stad. In een tijd van economische schaarste waren standplaatsen zeer gewild. De achternaam 'Voorzanger' wijst op een joodse achtergrond; voor joodse marktkooplui was de markt een essentiële bron van inkomsten. Hoewel dit een reguliere administratieve kwestie lijkt, kregen joodse ondernemers enkele jaren later te maken met veel ingrijpender uitsluitingsmaatregelen door de Duitse bezetter. De brief betreft een tuchtmaatregel tegen een marktkoopman, de heer S. Voorzanger. Hij wordt ervan beschuldigd zijn "voorkeurskaart" voor de Albert Cuypmarkt niet regelmatig genoeg te gebruiken. Volgens het toenmalige marktreglement was men verplicht om op een minimumaantal marktdagen aanwezig te zijn om de opgebouwde rechten op een vaste standplaats (via de sollicitantenlijst) te behouden.
De toon van de brief is formeel en dreigend (schrapping van de lijst), maar biedt een laatste mogelijkheid tot verweer tijdens een hoorzitting bij de inspecteur. Uit de handgeschreven krabbels onderaan kunnen we de afloop opmaken: de koopman verklaarde dat hij niet tweemaal per week kon komen, waarna de beslissing werd genomen om zijn inschrijving per 1 maart 1939 in te trekken.
# CONTEXT
Dit document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Dienst van het Marktwezen was gevestigd aan de Jan van Galenstraat bij de Centrale Markthallen, een logistiek knooppunt in Amsterdam-West.
De Albert Cuypmarkt was in 1939 al de meest prominente markt van de stad. In een tijd van economische schaarste waren standplaatsen zeer gewild. De achternaam 'Voorzanger' wijst op een joodse achtergrond; voor joodse marktkooplui was de markt een essentiële bron van inkomsten. Hoewel dit een reguliere administratieve kwestie lijkt, kregen joodse ondernemers enkele jaren later te maken met veel ingrijpender uitsluitingsmaatregelen door de Duitse bezetter. Dit document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Dienst van het Marktwezen was gevestigd aan de Jan van Galenstraat bij de Centrale Markthallen, een logistiek knooppunt in Amsterdam-West.
De Albert Cuypmarkt was in 1939 al de meest prominente markt van de stad. In een tijd van economische schaarste waren standplaatsen zeer gewild. De achternaam 'Voorzanger' wijst op een joodse achtergrond; voor joodse marktkooplui was de markt een essentiële bron van inkomsten. Hoewel dit een reguliere administratieve kwestie lijkt, kregen joodse ondernemers enkele jaren later te maken met veel ingrijpender uitsluitingsmaatregelen door de Duitse bezetter. S. Voorzanger Gemeente Amsterdam Marktwezen