Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 28 februari 1939 Weduwe M. Wilking-Bruyne Nº 25/39/M. 1939 1/3 (stempel)
Amsterdam, 28 Februari 1939
Den Weled. Heer Directeur van het Marktwezen,
Amsterdam.
(Aantekening in marge: m: Dir V.S. Insp.)
Weled. Heer,
Ik heb een zaak in boter, kaas, fijne vleesch-
waren e.d. in de Albert Cuypstraat 212. Nu heeft er al
eenige malen een kraam voor mijn deur gestaan, waarop
patates frites gebakken wordt in olie. Als de wind op
mijn deur staat hangt er in mijn winkel een vette
walm van gebakken aardappelen, hetgeen een zeer
slechte invloed heeft op de boter, kaas en vleeschwaren,
daar de baklucht er in trekt.
Derhalve verzoek ik U beleefd, maatregelen
te willen nemen, dat bovengenoemde kraam in het
vervolg niet meer voor mijn winkel geplaatst wordt,
en teeken
Hoogachtend,
Wed. M. Wilking Bruyne. * Inhoud: Het betreft een formele klacht van een winkelierster aan de Albert Cuypstraat. Zij exploiteert een delicatessenzaak (boter, kaas en vleeswaren) en ondervindt hinder van een patatkraam die voor haar deur wordt geplaatst.
* Argumentatie: De schrijfster stelt dat de "vette walm" van het frituren in haar kwetsbare versproducten trekt, wat de kwaliteit negatief beïnvloedt. Ze verzoekt om een structurele oplossing door de kraam niet langer op die specifieke plek toe te staan.
* Stijl en handschrift: De brief is geschreven in een keurig, vlot lopend handschrift op gelinieerd papier. De toon is beleefd doch dringend, gebruikmakend van de destijds gangbare formele aanspreekvormen ("Weled. Heer", "en teeken").
* Formele kenmerken: Het document bevat administratieve kenmerken zoals een paars archiefstempel en handgeschreven notities in de marge, wat duidt op een officiële behandeling door de gemeentelijke instantie (het Marktwezen). Deze brief biedt een inkijkje in de dagelijkse praktijk en de fricties op de Albert Cuypmarkt in de jaren dertig. De Albert Cuypmarkt was in 1939 al een gevestigde en drukke dagmarkt. Het document illustreert de spanning tussen de gevestigde winkeliers in de straat en de ambulante handel (marktkramen) die direct voor hun gevels stonden.
Interessant is de vermelding van "patates frites". Hoewel dit gerecht al langer bestond, was de verkoop ervan vanuit kramen op straat in die tijd een opkomend verschijnsel dat soms voor overlast zorgde door de sterke geur van bakvet, zeker in de nabijheid van onverpakte versproducten zoals boter en kaas. De afzender, een weduwe, zet waarschijnlijk de zaak van haar overleden echtgenoot voort, wat in die periode een veelvoorkomende manier was voor vrouwen om in hun eigen onderhoud te voorzien. De brief is gedateerd slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin de economische druk op kleine middenstanders groot was. M. Wilking V.S. Insp Marktwezen