Administratieve indexkaart of omslagvel van een dossier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve indexkaart of omslagvel van een dossier (Alg. Zaken Model No. 14). Gedateerd tussen 25 juli en 11 augustus 1939. [In het gedrukte kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/92 / 1939
DOORGEZONDEN: 25/7
[Rechtsboven handgeschreven:]
J Bartels
pl. 146 Westerstraat
51 Prinsengracht
Th de Wolff
advies
26-7-39
[Handtekening/stempel:] deBoer
[Midden links handgeschreven:]
Geen bezwaar tegen
uitstel plaatsbezetten voor
den tijd van één maand, mits
omgaand doktersverklaring wordt ingeleverd
en het terzake verschuldigde marktgeld
regelmatig wordt betaald.
[Paraaf] 2/8 39
[Onderaan links in rood potlood en zwarte inkt:]
28/92/2
11/8/39 [Paraaf]
[Onderaan rechts handgeschreven:]
Insp
Doktersverklaring inzake vacantie wordt m.i.
noch voor ambtenaren noch voor marktkooplieden
vereischt. 5-8-39 [Paraaf]
Secr.
Aangezien Bartels om gezond-
heidsredenen uitstel van plaats bezetten
vraagt, dient m. i. doktersverklaring
te worden ingeleverd [Paraaf]
[Uiterst rechtsboven:] 29^3
[Uiterst linksonder gedrukt:] Alg. Zaken Model No. 14 10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek van ene J. Bartels voor het uitstellen van het bezetten van een marktplaats. Uit de tekst blijkt een ambtelijke discussie over de noodzaak van bewijsvoering:
* De eerste aantekening (midden links) stelt dat er geen bezwaar is tegen een uitstel van een maand, op voorwaarde dat er een doktersverklaring komt en het marktgeld wordt betaald.
* Een inspecteur (Insp) merkt vervolgens op 5 augustus op dat doktersverklaringen voor vakantie normaliter niet vereist zijn voor ambtenaren of marktkooplieden.
* De secretaris (Secr) corrigeert dit standpunt: omdat Bartels specifiek om gezondheidsredenen uitstel vraagt (en niet voor reguliere vakantie), moet er wel degelijk een doktersverklaring worden overlegd. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (juli/augustus 1939). De vermeldingen van de Westerstraat en de Prinsengracht duiden op de Amsterdamse markten (zoals de Westermarkt). Het geeft een inkijkje in de strikte regelgeving rondom marktplaatsen in die tijd: kooplieden moesten hun plek persoonlijk bezetten en bij afwezigheid officieel uitstel aanvragen om hun rechten (en de plek) niet te verliezen. De administratieve precisie toont hoe dergelijke verzoeken langs verschillende lagen van de gemeentelijke hiërarchie gingen. J. Bartels M. No