Handgeschreven brief / verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief / verzoekschrift. J. Brand, wonende aan de Prinsengracht 208 III, Amsterdam. "Meneer de Inspecteur" (waarschijnlijk een inspecteur van de woningbouw, belasting of een verzekeringsfonds). Meneer de Inspecteur daar ik de heele week
niets verdiend heb zou ik willen vragen
of ik Maandag a. s. mag komen betalen
daar ik het niet anders voor elkaar kan
brengen en wil vragen of ik geregeld
dan op Maandag mag komen betalen
Ik hoop dat het goed gevonden word
In afwachting
Teeken ik J. Brand.
Prinsengracht 208 III
Amsterdam
centrum
[Rechtsonder, ander handschrift:] Kramer * Inhoud: De schrijver, J. Brand, verzoekt om uitstel van betaling. De reden die wordt opgegeven is dat er die week niets verdiend is. Brand vraagt tevens of het voortaan mogelijk is om standaard op maandag te komen betalen, omdat dit financieel beter uitkomt ("niet anders voor elkaar kan brengen").
* Toon: De brief is beleefd en formeel, maar getuigt van een precaire financiële situatie. Het taalgebruik is typisch voor een sociaal-economisch zwakkere burger die zich tot een autoriteit richt.
* Handschrift: Een duidelijk, rechtopstaand cursief handschrift. Er zijn enkele inktvlekken aan de linkerzijde van het papier.
* Spelling: Gebruik van de oude spelling (bijv. "heele", "Teeken", "word" zonder t). Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven van de Amsterdamse arbeidersklasse rond de eeuwwisseling. Het adres, Prinsengracht 208 III, betreft een etagewoning in het centrum van Amsterdam. In die tijd leefden veel mensen van weekloon; als er een week geen werk was, kon de huur of een andere vaste last niet direct voldaan worden. De term "Meneer de Inspecteur" suggereert dat het hier gaat om een officiële instantie, mogelijk een voorloper van de sociale dienst of een woningbouwvereniging die toezicht hield op de betalingen van bewoners. De naam "Kramer" rechtsonder is waarschijnlijk door de ontvanger toegevoegd voor administratieve verwerking. J. Brand