Archiefdocument
Origineel
(Stempel linksboven):
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/94/15 1940
DOORGEZONDEN: 21/10
(Rechtsboven):
884
(Hoofdtekst):
a. H. C. C. Branger
Voorkeurskaart n. 519. Westerstraat
Hr. Wolff
Tegen inwilliging v. het ver-
zoek v. Branger om in verband
met ziekte, gedurende enkele
weken als houder v. een voorkeurskaart
v. de markt Westerstraat
vrijgesteld te worden v.
het innemen v. een plaats
op deze markt, bestaat
m.i. geen bezwaar, mits
Branger per omgaande
een verklaring v.
zijn huisarts in te zenden
bij het Hoofdkantoor
(zie rapport Marktdienst)
5-11-40
de Koer
(Marginale en tussenliggende aantekeningen):
(Rechtsboven):
advies
24-10-40
de Koer
(Midden):
aan den Inspecteur
v/h marktwezen
alhier
(Rechtsonder):
Tegen een uitstel van
± 5 weken is m.i. geen
bezwaar. Ik moet echter
opmerken dat Genneman
die KK no 519 in geen jaren
en WM bezocht heeft.
29-10-40 [Handtekening]
NO. 33/94/17 7/11/40 [Handtekening]
(Linksonder):
heeft een voorkeurskaart
vanaf 26/9 '40
(Drukwerk onderkant):
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratief dossierstuk betreffende een verzoek tot tijdelijke ontheffing van marktplanning. De kern van de zaak is dat de heer A.H.C.C. Branger, houder van voorkeurskaart 519 voor de markt in de Westerstraat, wegens ziekte niet in staat is zijn standplaats in te nemen.
De ambtenaar (De Koer) adviseert positief over het verzoek, mits er een medische verklaring van de huisarts wordt overlegd. Er is echter sprake van een complicatie: een latere aantekening (gedateerd 29-10-40) merkt op dat een zekere "Genneman", die blijkbaar verbonden is aan deze specifieke kaart of standplaats, de markt (WM, mogelijk Westermarkt of algemene Westermarkt-administratie) al in jaren niet bezocht heeft. Dit duidt op een nauwgezette bureaucratische controle op het feitelijk gebruik van de schaarse en begeerde marktplaatsen. Dit document stamt uit het najaar van 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het hier een puur civiele/bureaucratische kwestie lijkt te betreffen (marktregulering), was de administratie van het marktwezen in Amsterdam in deze periode aan grote veranderingen onderhevig.
Voorkeurskaarten gaven kooplieden recht op vaste standplaatsen, maar brachten ook strikte verplichtingen met zich mee wat betreft fysieke aanwezigheid. De controle hierop was streng om 'slapende' plekken te voorkomen. Kort na deze periode (begin 1941) zouden de regels rondom markten drastisch worden aangescherpt door de bezetter, met name gericht op het weren van Joodse kooplieden van de openbare markten. Dit stuk toont de reguliere werking van het Amsterdamse ambtenarenapparaat vlak voordat deze ingrijpende uitsluitingsmaatregelen de marktstructuur volledig zouden ontwrichten. A.H.C.C. Branger C. Branger M. No Marktwezen