Getypte officiële brief/waarschuwing (waarschijnlijk een doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte officiële brief/waarschuwing (waarschijnlijk een doorslag op dun papier). 4 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markten Amsterdam). Extra [handgeschreven]
HG.
Mw. A.H. Schmalgemeyr-v. Ommen,
Gerard Doustraat 109 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
90/91/2 M. 4 December 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 30 November jl.
de markt aan het Mosplein niet op het voorgeschreven tijdstip
met Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan den
vastgestelden tijd te houden.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele waarschuwing aan een marktkoopvrouw. Haar is gerapporteerd dat zij op zaterdag 30 november 1940 niet op tijd haar kraam/goederen had verwijderd van de markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord.
* Toon: De toon is ambtelijk, dwingend en kortaf. De zinsnede "Ik maan U hierbij aan" onderstreept de autoritaire aard van de mededeling.
* Administratieve context: De aanwezigheid van codes zoals "Wijk 14" en "90/91/2 M." duidt op een strak georganiseerde gemeentelijke administratie die toezicht hield op de naleving van marktreglementen.
* Opmaak: Het document is een doorslag (carbon kopie), wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie. * Tijdsperiode: De brief is gedateerd december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter de regels aanscherpte, bleven veel gemeentelijke diensten (zoals de marktmeester) aanvankelijk functioneren volgens bestaande protocollen, maar met een toenemende nadruk op discipline en orde.
* Locatie: De geadresseerde woonde in de Gerard Doustraat (De Pijp, Amsterdam-Zuid), maar dreef handel op het Mosplein (Amsterdam-Noord). Dit wijst op de mobiliteit van marktkooplieden in de stad.
* Historische relevantie: Dergelijke documenten worden vaak aangetroffen in archieven die betrekking hebben op de regulering van het dagelijks leven tijdens de oorlog. In de loop van 1941 werden de regels voor met name Joodse marktkooplieden drastisch aangescherpt, wat uiteindelijk leidde tot een totaal verbod. Hoewel deze specifieke brief een algemene overtreding van de markttijden betreft, past de strikte handhaving in het beeld van de toenemende controle op de burgerbevolking. A.H. Schmalgemeyr