Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 62
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (officiële correspondentie).

28 juli 1941. Van: Onbekende instantie (waarschijnlijk de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam), ondertekend door "De Directeur". Aan: Den Heer H.L. Hartman, Ferdinand Bolstraat 94 II, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Getypte brief (officiële correspondentie). 28 juli 1941. Onbekende instantie (waarschijnlijk de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam), ondertekend door "De Directeur". Den Heer H.L. Hartman, Ferdinand Bolstraat 94 II, Amsterdam-Zuid. HG.

den Heer H.L.Hartman,
Ferdinand Bolstraat 94 II,
Amsterdam-Zuid.

Wijk 17.

25/90/2 M. 28 Juli 1941.

    Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 18 Juli jl. verleen ik U hierbij gedurende zes weken na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat in te nemen.
    U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

                                          De Directeur, De kern van deze brief is een administratieve beslissing aangaande een marktkoopman, de heer H.L. Hartman. Hij heeft verzocht om tijdelijk ontheven te worden van de plicht om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in te nemen. De directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst) verleent hem hiervoor een uitstel van zes weken, gerekend vanaf de datum van de brief.

Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn, moet het wekelijkse "marktgeld" (de staangeldvergoeding) wel gewoon betaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar op de markt. Dit wijst op een strak gereguleerd systeem waarbij standplaatsen niet onbeheerd gelaten mochten worden zonder toestemming, en waarbij de inkomsten voor de gemeente gewaarborgd moesten blijven. De brief is gedateerd op 28 juli 1941, wat betekent dat deze is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Albert Cuypmarkt een vitale bron van voedselvoorziening voor Amsterdam, maar de markt stond ook onder streng toezicht van zowel de Nederlandse gemeentelijke autoriteiten als de bezetter.

Het jaar 1941 was een kantelpunt voor de Amsterdamse markten. Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer geweerd van de reguliere markten en gedwongen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel de naam Hartman niet noodzakelijkerwijs op een Joodse achtergrond wijst, illustreert dit document de bureaucratische precisie waarmee de marktplaatsen werden beheerd in een tijd van toenemende schaarste en segregatie. De Ferdinand Bolstraat, waar de ontvanger woonde, ligt direct om de hoek van de Albert Cuypmarkt, wat gebruikelijk was voor marktkooplieden in die tijd. H.L. Hartman

Samenvatting

De kern van deze brief is een administratieve beslissing aangaande een marktkoopman, de heer H.L. Hartman. Hij heeft verzocht om tijdelijk ontheven te worden van de plicht om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in te nemen. De directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst) verleent hem hiervoor een uitstel van zes weken, gerekend vanaf de datum van de brief.

Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn, moet het wekelijkse "marktgeld" (de staangeldvergoeding) wel gewoon betaald blijven worden aan de dienstdoende ambtenaar op de markt. Dit wijst op een strak gereguleerd systeem waarbij standplaatsen niet onbeheerd gelaten mochten worden zonder toestemming, en waarbij de inkomsten voor de gemeente gewaarborgd moesten blijven.

Historische Context

De brief is gedateerd op 28 juli 1941, wat betekent dat deze is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Albert Cuypmarkt een vitale bron van voedselvoorziening voor Amsterdam, maar de markt stond ook onder streng toezicht van zowel de Nederlandse gemeentelijke autoriteiten als de bezetter.

Het jaar 1941 was een kantelpunt voor de Amsterdamse markten. Vanaf het najaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds meer geweerd van de reguliere markten en gedwongen naar specifieke "Jodenmarkten". Hoewel de naam Hartman niet noodzakelijkerwijs op een Joodse achtergrond wijst, illustreert dit document de bureaucratische precisie waarmee de marktplaatsen werden beheerd in een tijd van toenemende schaarste en segregatie. De Ferdinand Bolstraat, waar de ontvanger woonde, ligt direct om de hoek van de Albert Cuypmarkt, wat gebruikelijk was voor marktkooplieden in die tijd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6