Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 97
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Verzoekschrift/Brief

4 augustus 1941 Van: B. Italiaander, Rapenburgerstraat 126 huis, Amsterdam (C)

Origineel

Verzoekschrift/Brief 4 augustus 1941 B. Italiaander, Rapenburgerstraat 126 huis, Amsterdam (C) $N^{\underline{o}}$ 25/100/1 M.1941 6/8

A’dam 4 - Aug - 41

Wel Edd Heer

Ondergetekende verzoekt u beleefd
hem een paar maanden uitstel te
verleenen om zijn plaats in den
Albert Cuypstraat niet te behoeven
te bezetten; de redene daarvan is
al dat er op den groenten en fruitmarkt
niets te verdienen valt en genoodzaak
ben om het op een anderen kant te zoeken
want ik ben in bezit van een goud,,
vergunning en wil het daarmee proberen

Uw d. w. d.

B. Italiaander
Rapenburgerstr 126 huis
Adam (C) In deze handgeschreven brief verzoekt B. Italiaander om uitstel voor het bezetten van zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De schrijver geeft als reden aan dat de handel in groenten en fruit op dat moment niet rendabel genoeg is ("niets te verdienen valt"). Hij is daarom genoodzaakt zijn inkomen op een andere manier te vergaren. Hij vermeldt specifiek dat hij in het bezit is van een "goudvergunning" (een vergunning om in goud of edelmetalen te handelen) en dat hij van plan is om met die handel zijn geluk te beproeven.

De brief is formeel van toon ("Wel Edd Heer", "Uw d.w.d." oftewel 'Uw dienstwillige dienaar') en getuigt van de economische druk waaronder marktkooplieden in die tijd stonden. De handgeschreven aantekeningen ("Jurp" en "m.") bovenaan zijn vermoedelijk administratieve krabbels van de ontvangende instantie. De brief is gedateerd op 4 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door toenemende beperkingen en economische schaarste. Voor de Joodse bevolking van Amsterdam, waartoe de afzender op basis van zijn naam (Italiaander) en zijn adres in de Rapenburgerstraat (midden in de Joodse buurt) zeer waarschijnlijk behoorde, werden de omstandigheden steeds nijpender.

Vanaf begin 1941 werden er steeds meer anti-Joodse maatregelen getroffen, waaronder beperkingen op het uitoefenen van beroepen en handel. De Albert Cuypmarkt was een belangrijke plek voor Joodse handelaren. Het feit dat hij een "goudvergunning" noemt, is interessant; goud was in oorlogstijd een schaars en streng gereguleerd goed. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van een Amsterdamse burger die probeert zijn hoofd boven water te houden door van beroep te wisselen terwijl de mazen van de bezettingswetgeving zich langzaam rond de Joodse gemeenschap sloten. B. Italiaander Gemeente Amsterdam

Samenvatting

In deze handgeschreven brief verzoekt B. Italiaander om uitstel voor het bezetten van zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De schrijver geeft als reden aan dat de handel in groenten en fruit op dat moment niet rendabel genoeg is ("niets te verdienen valt"). Hij is daarom genoodzaakt zijn inkomen op een andere manier te vergaren. Hij vermeldt specifiek dat hij in het bezit is van een "goudvergunning" (een vergunning om in goud of edelmetalen te handelen) en dat hij van plan is om met die handel zijn geluk te beproeven.

De brief is formeel van toon ("Wel Edd Heer", "Uw d.w.d." oftewel 'Uw dienstwillige dienaar') en getuigt van de economische druk waaronder marktkooplieden in die tijd stonden. De handgeschreven aantekeningen ("Jurp" en "m.") bovenaan zijn vermoedelijk administratieve krabbels van de ontvangende instantie.

Historische Context

De brief is gedateerd op 4 augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door toenemende beperkingen en economische schaarste. Voor de Joodse bevolking van Amsterdam, waartoe de afzender op basis van zijn naam (Italiaander) en zijn adres in de Rapenburgerstraat (midden in de Joodse buurt) zeer waarschijnlijk behoorde, werden de omstandigheden steeds nijpender.

Vanaf begin 1941 werden er steeds meer anti-Joodse maatregelen getroffen, waaronder beperkingen op het uitoefenen van beroepen en handel. De Albert Cuypmarkt was een belangrijke plek voor Joodse handelaren. Het feit dat hij een "goudvergunning" noemt, is interessant; goud was in oorlogstijd een schaars en streng gereguleerd goed. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van een Amsterdamse burger die probeert zijn hoofd boven water te houden door van beroep te wisselen terwijl de mazen van de bezettingswetgeving zich langzaam rond de Joodse gemeenschap sloten.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Garen Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6