Archiefdocument
Origineel
Gerechtelijk schrijven No. 11116. Dossier 23122. R/S
TUCHTBESCHIKKING
in de zaak van: JAN JACOB GRIFFIOEN
geboren te Vreeland, 18 September 1887,
van beroep grossier in groenten en fruit,
wonende/gevestigd te Amsterdam-W., Bilderdijkkade 31 huis.
De Inspecteur voor de Prijsbeheersching te Amsterdam,
Gelet op het Prijsbeheerschingsbesluit en de Prijzenbeschikking 1941 Groenten, Fruit en Vroege aardappelen;
Gezien het proces-verbaal van den 1sten September 1942 van J. B. Oranje en M. Groen en een procesverbaal d.d. 22 September 1942 van M. Stevense, allen opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 24 van het prijsbeheerschingsbesluit, bevattende de door den verdachte tegenover den opsporingsambtenaar afgelegde verantwoording;
Gezien de schriftelijke verantwoording van den verdachte; ~~[doorgehaald]~~
Gehoord de mondelinge verantwoording van den verdachte, ~~die daarbij werd vertegenwoordigd door~~ ~~bijgestaan~~ d.d. 29 September 1942;
Overwegende:
dat verdachte als grossier op of omstreeks 31 Augustus 1942 aan een kleinhandelaar koolrabi met een doorsnede van minder dan 7 cm verkocht heeft voor den prijs, welke vastgesteld was voor koolrabi met een doorsnede van meer dan 7 cm;
dat verdachte op of omstreeks 14 September 1942 aan een kleinhandelaar 100 bos selderij verkocht heeft voor den prijs van f. 4.—, zijnde de prijs, vastgesteld voor het eerste kwaliteit product;
dat evenwel de onderhavige selderij als uitschot diende gequalificeerd te worden, zoodat door verdachte hiervoor een prijs berekend had moeten worden, welke in een redelijke verhouding stond tot den hierboven genoemden maximumprijs;
dat verdachte de juistheid van voormelde feiten heeft erkend, maar zich op vergissingen heeft beroepen;
[Onderkant links:] K 1307 3138-12-41
[Stempel rechtsonder:] BIJLAGE Nº 333 BLIKMAN & SART AMST.
--- Dit document is een officiële tuchtbeschikking tegen Jan Jacob Griffioen, een Amsterdamse groothandelaar (grossier) in groenten en fruit. De kern van de zaak betreft twee specifieke overtredingen van de prijsbeheersingsregels in de nazomer van 1942:
- Sorteringsfraude (Koolrabi): Het verkopen van kleine koolrabi (minder dan 7 cm) tegen de hogere prijs die gold voor grotere exemplaren (meer dan 7 cm).
- Kwaliteitsfraude (Selderij): Het verkopen van 100 bosjes selderij als zijnde van "eerste kwaliteit" voor 4 gulden, terwijl de waar feitelijk als "uitschot" (inferieure kwaliteit/afval) aangemerkt had moeten worden en dus aanzienlijk goedkoper had moeten zijn.
De verdachte heeft de feiten bekend, maar voert "vergissingen" aan als verdediging. Het document is een typisch voorbeeld van de strikte administratieve controle op de voedselketen tijdens de bezettingsjaren.
--- Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland bezet door nazi-Duitsland. Om inflatie, schaarste en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter (via de Rijkscommissaris voor de Prijsbeheersing) uiterst strikte maximumprijzen en kwaliteitsnormen vast voor nagenoeg alle levensmiddelen.
De Inspecteur voor de Prijsbeheersching hield toezicht op de naleving hiervan. Overtredingen, zoals hierboven beschreven, werden niet alleen gezien als economische delicten, maar ook als een ondermijning van het distributiesysteem. Wholesalers (grossiers) zaten in een lastige positie tussen de schaarse aanvoer van telers en de strenge prijscontroles van de overheid. Hoewel Griffioen spreekt van "vergissingen", werd in deze periode zeer streng opgetreden tegen elke vorm van prijsopdrijving om te voorkomen dat groenten onbetaalbaar zouden worden voor de gewone burger (en om de Duitse voedselvoorziening niet in gevaar te brengen). De straffen varieerden van boetes en tijdelijke sluiting van de zaak tot inbeslagname van goederen. B. Oranje M. Groen M. Stevense