Administratief bijblad/registratieblad voor dossierbeheer.
Origineel
Administratief bijblad/registratieblad voor dossierbeheer. Gedrukt kader (linksboven):
B I J B L A D V A N :
M. No. 53/99/1 193 9
DOORGEZONDEN : 15/12-'39.
Handgeschreven notities (rechtsboven, potlood/inkt):
opvragen en brief terug
WH 24/2 [geparafeerd]
Handgeschreven referentie (midden-rechts, rood krijt/potlood):
53/99/2 M
Handgeschreven notities (midden, potlood):
Niet verschenen
opbergen
TS 22/4 '40 [geparafeerd] berging [?]
Gedrukte tekst (linksonder):
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het betreft een administratieve 'looplijst' of omslag die werd gebruikt om de status van een dossier bij te houden. Uit de chronologie van de aantekeningen valt een procesverloop te reconstrueren:
1. 15 december 1939: Het dossier wordt voor het eerst geregistreerd en doorgezonden.
2. 24 februari 1940: Er volgt een instructie van een ambtenaar (geparafeerd 'WH') om aanvullende informatie op te vragen.
3. 22 april 1940: De definitieve afhandeling. De notitie "Niet verschenen" duidt erop dat een opgeroepen persoon niet is komen opdagen of dat een verwachte gebeurtenis niet heeft plaatsgevonden. Hierop volgt de instructie "opbergen", waarna het dossier door ambtenaar 'TS' naar het archief (berging) is gezonden.
Het gebruik van rood krijt voor het referentienummer 53/99/2 M wijst op een vervolgdossier of een belangrijke kruisverwijzing binnen het administratieve systeem van het ministerie. Dit document is geproduceerd tijdens de Nederlandse mobilisatieperiode (1939-1940). De afkorting 'M.' in de kop staat in deze context vrijwel zeker voor het Ministerie van Oorlog. De datum van de laatste aantekening, 22 april 1940, is historisch relevant: het is slechts achttien dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Dergelijke administratieve stukken geven inzicht in de dagelijkse bureaucratie van de krijgsmacht en de overheid in een tijd van hoogspanning, waarbij zaken als keuringen, verlofaanvragen of tuchtprocedures strikt volgens modelformulieren werden afgehandeld. M. No
Samenvatting
Het betreft een administratieve 'looplijst' of omslag die werd gebruikt om de status van een dossier bij te houden. Uit de chronologie van de aantekeningen valt een procesverloop te reconstrueren:
1. 15 december 1939: Het dossier wordt voor het eerst geregistreerd en doorgezonden.
2. 24 februari 1940: Er volgt een instructie van een ambtenaar (geparafeerd 'WH') om aanvullende informatie op te vragen.
3. 22 april 1940: De definitieve afhandeling. De notitie "Niet verschenen" duidt erop dat een opgeroepen persoon niet is komen opdagen of dat een verwachte gebeurtenis niet heeft plaatsgevonden. Hierop volgt de instructie "opbergen", waarna het dossier door ambtenaar 'TS' naar het archief (berging) is gezonden.
Het gebruik van rood krijt voor het referentienummer 53/99/2 M wijst op een vervolgdossier of een belangrijke kruisverwijzing binnen het administratieve systeem van het ministerie.
Historische Context
Dit document is geproduceerd tijdens de Nederlandse mobilisatieperiode (1939-1940). De afkorting 'M.' in de kop staat in deze context vrijwel zeker voor het Ministerie van Oorlog. De datum van de laatste aantekening, 22 april 1940, is historisch relevant: het is slechts achttien dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Dergelijke administratieve stukken geven inzicht in de dagelijkse bureaucratie van de krijgsmacht en de overheid in een tijd van hoogspanning, waarbij zaken als keuringen, verlofaanvragen of tuchtprocedures strikt volgens modelformulieren werden afgehandeld.