Handgeschreven concept of memorie van grieven/bezwaren.
Origineel
Handgeschreven concept of memorie van grieven/bezwaren. [Rode pen, gecentreerd:]
Bezwaren tegen voor Aanvoergeld
[Linksboven:] 1e vervolg:
1e Vervolg: De Hal.
Dat de veiling aan de hal is aangebouwd, niet aan water liggend, is een groote fout. In het overleg hebben Wijnbenke [?] en Ruhe zeer nadrukkelijk gezegd: de tuindersschuitjes moeten onder de klok door kunnen varen. Een veilinggebouwtje aan water is dan ook toegezegd [gecorrigeerd van weggezegd] naast de bestaande!
Ook pieren (schiereilandjes) werden onpractisch genoemd, naar de ervaring op de oude markt (waar alles immers naar de voorkant, naar de Marnixstr. drong).
Aanvoergeld. Den handel is toegezegd: dat men op de nieuwe markt tot een andere wijze van heffing zal komen.
Het belasten van den aanvoer, dus van het product, is principieel fout; zij die het meeste aanvoeren en dus de markt tot bloei brengen, worden het zwaarst belast. Dat is fout, belemmert groote aanvoeren en bevordert handel buiten de markt.
Dat groote aanvoerders meer betalen dan kleine, is in dien zin slechts verantwoord en juist, dat zij grootere (duurdere) pakhuizen of zelfs meer dan 1 pakh. noodig hebben. (Kadegeld moet blijven voor hen die van schepen af verkoopen; dus gebr. lich. bergeld, want die sparen pakkh. uit).
Nergens in de wereld aanvoergeld op een gr. fr. en verd. markt.
Aanvoergeld wordt redelijk: belast naar een zelfde hoev. [hoeveelheid] (coll. / gr. [colli / gewicht]) evenzeer als een zelfde hoev. fruit, dan kan het juist zijn, doch meestal onjuist. Een zelfde hoev. fruit kan uit zooveel soorten, kwaliteiten bestaan, dat de heffing nooit juist is.
De marktmogelijkheden [?] zouden het aanvoergeld veel eer moeten bepalen, dan de hoev. (Een voorbeeld 100 bakboontjes [?], die eerst 5 à 10 cent per stuk kosten; later in het seizoen 75 cent de 100; steeds is het aanvoergeld 1 cent per kistje)
[Verticale tekst in de linker kantlijn:]
Aanvoergeld. Breng de gr. het meeste aanvoeren, het dichtst o. d. hov. hoe is dien v. d. markt. Dit document is een kritisch betoog tegen de voorgestelde heffingsstructuur op een nieuwe groothandelsmarkt voor groenten en fruit. De auteur voert drie hoofdarkumenten aan:
- Logistieke fouten: Er wordt kritiek geuit op het feit dat de veiling niet direct aan het water ligt, wat essentieel was voor de destijds gebruikelijke aanvoer per tuindersschuit (de zogenaamde 'doorvaartveiling').
- Economische onrechtvaardigheid: De auteur stelt dat het belasten van het product zelf (aanvoergeld) de grote handelaren straft die juist de markt vitaal houden. Er wordt gepleit voor een koppeling tussen de kosten en het gebruik van faciliteiten (zoals pakhuizen), in plaats van een directe belasting op het volume.
- Prijselasticiteit: Aan de hand van een voorbeeld (waarschijnlijk 'bakboontjes') wordt aangetoond dat een vast bedrag per kistje onlogisch is wanneer de marktwaarde van het product gedurende het seizoen enorm fluctueert (van 10 cent per stuk naar 75 cent per 100 stuks). De tekst lijkt te refereren aan de planvorming of de vroege jaren van de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934). Voordien vond de handel plaats op de locaties aan de Marnixstraat (de Appeltjesmarkt), maar door ruimtegebrek en verkeersopstoppingen moest de groothandel verhuizen naar een modern complex aan de Jan van Galenstraat. De discussie over de "schuitjes onder de klok" en de overgang van de "oude markt" aan de Marnixstraat naar de "nieuwe markt" is typerend voor deze transitieperiode in de Amsterdamse voedselvoorziening.