Getypte brief of ambtsbericht (waarschijnlijk een slotfragment).
Origineel
Getypte brief of ambtsbericht (waarschijnlijk een slotfragment). 26 mei [191]9 (gezien de notatie "9" en de historische context). De Directeur (mogelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Voedselvoorziening). 1 26 Mei 9
72/34/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
van zakendoen dezer handelaren echter geen aanleiding tot
optreden wegens overtreding der Ventverordening.
De Directeur, Het document is een kort fragment, vermoedelijk de laatste pagina of een afsluitende paragraaf van een rapportage of brief. De tekst is formeel en ambtelijk van aard. De kerngedachte is een conclusie na een onderzoek naar de activiteiten van bepaalde handelaren. De auteur stelt vast dat er, ondanks hun manier van zakendoen, geen juridische basis is om in te grijpen op grond van de 'Ventverordening'.
De spelling (zoals "den Heer" en "dezer") en de specifieke functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijzen op de vroege 20e eeuw. De losstaande "9" rechtsboven is een veelvoorkomende afkorting voor het jaartal 1919 in ambtelijke correspondentie uit die tijd. De brief moet geplaatst worden in de context van de schaarste en distributieproblemen in Amsterdam tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog. In deze periode was de handel in levensmiddelen strikt gereguleerd door de gemeente.
De Wethouder voor de Levensmiddelen (een post die destijds bekleed werd door de bekende socialist F.M. Wibaut) hield toezicht op de eerlijke verdeling van voedsel en het bestrijden van woekerprijzen. De Ventverordening was een belangrijk instrument om de straathandel te reguleren. Veel handelaren probeerden de distributieregels te omzeilen door 'vrije' handel op straat, wat vaak leidde tot juridische discussies over wat wel en niet was toegestaan onder de geldende verordeningen. In dit specifieke geval adviseert de directeur de wethouder dat er geen gronden zijn voor vervolging. F.M. Wibaut
Samenvatting
Het document is een kort fragment, vermoedelijk de laatste pagina of een afsluitende paragraaf van een rapportage of brief. De tekst is formeel en ambtelijk van aard. De kerngedachte is een conclusie na een onderzoek naar de activiteiten van bepaalde handelaren. De auteur stelt vast dat er, ondanks hun manier van zakendoen, geen juridische basis is om in te grijpen op grond van de 'Ventverordening'.
De spelling (zoals "den Heer" en "dezer") en de specifieke functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijzen op de vroege 20e eeuw. De losstaande "9" rechtsboven is een veelvoorkomende afkorting voor het jaartal 1919 in ambtelijke correspondentie uit die tijd.
Historische Context
De brief moet geplaatst worden in de context van de schaarste en distributieproblemen in Amsterdam tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog. In deze periode was de handel in levensmiddelen strikt gereguleerd door de gemeente.
De Wethouder voor de Levensmiddelen (een post die destijds bekleed werd door de bekende socialist F.M. Wibaut) hield toezicht op de eerlijke verdeling van voedsel en het bestrijden van woekerprijzen. De Ventverordening was een belangrijk instrument om de straathandel te reguleren. Veel handelaren probeerden de distributieregels te omzeilen door 'vrije' handel op straat, wat vaak leidde tot juridische discussies over wat wel en niet was toegestaan onder de geldende verordeningen. In dit specifieke geval adviseert de directeur de wethouder dat er geen gronden zijn voor vervolging.