Getypte ambtelijke brief/bevestiging.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/bevestiging. 11 augustus 1939. Vermoedelijk een gemeentelijke instantie in Amsterdam (gezien de context van markttoezicht), ondertekend namens de Directeur door de Secretaris. Den Heer G. Reens, Hemonystraat 64 II, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. de Boer
[Getypt, linksboven:]
VP/HG.
72/74/2 M.
[Handgeschreven, middenboven:]
verzonden 11/8
[Getypt, rechts:]
11 Augustus 1939.
den Heer G.Reens,
Hemonystraat 64 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 Juli jl. beves-
tig ik hierbij, dat U op 5 Mei 1936 toestemming is verleend
om L.Reens, Mauritskade 107, op diens plaats op de markt aan
de Dapperstraat bij te staan, niet te vervangen.
De Directeur,
b.a. De Secretaris, De brief is een officiële bevestiging van een reeds in 1936 verleende vergunning. De ontvanger, de heer G. Reens, krijgt opnieuw bevestigd dat hij toestemming heeft om een zekere L. Reens (vermoedelijk een familielid) bij te staan op diens marktplaats op de Dappermarkt in Amsterdam.
Een belangrijk administratief detail is de toevoeging "niet te vervangen". Dit betekent dat G. Reens enkel mag helpen zolang L. Reens zelf ook aanwezig is; hij mag de standplaats niet zelfstandig exploiteren als vervanger. De brief is een reactie op een schrijven van G. Reens van enkele weken daarvoor (22 juli 1939), wat suggereert dat er wellicht een controle was geweest of dat de geldigheid van de oude afspraak getoetst moest worden. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markthandel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat is de locatie van de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost.
De namen en adressen in de brief zijn historisch beladen. De achternaam Reens en de genoemde locaties (Hemonystraat, Mauritskade en de nabijgelegen Dapperbuurt) wijzen op de Joodse gemeenschap die in deze wijken sterk vertegenwoordigd was. Veel marktkramers op de Dappermarkt waren van Joodse afkomst. In de oorlogsjaren die volgden op deze brief, zouden de regels voor Joodse markthandelaren steeds verder worden aangescherpt tot een totaal verbod en uiteindelijke vervolging. Administratieve documenten zoals deze hielpen de overheid bij het nauwgezet in kaart brengen van wie waar economisch actief was. G. Reens L. Reens M. de Boer