Handgeschreven ambtelijk concept of minuut-brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk concept of minuut-brief. 4 februari 1939 (A'dam, 4/2 1939). Onbekend (geparafeerd 'WE'), vermoedelijk een afdelingshoofd binnen de gemeente (mogelijk Marktwezen). [Linksboven in rood potlood:]
90/4.11
[Rechtsboven:]
A'dam, 4/2 1939
de Heer Directeur
der afd. Onderhoud
Raadhuis
Hiermede verzoek ik
u beleefd goed te keuren,
dat ~~op het sport~~ het terrein van het
Mosveld ~~een stukje grond~~
~~aan mijn dienst wordt afgestaan,~~
~~ten einde daar~~ een wacht huisje, bestemd
om te worden gebruikt door de
ambtenaren v. het Marktwezen, die
dienstdoen des Zaterdags op
het Mosplein, wordt geplaatst.
Een en ander werd door
den Inspecteur van mijn dienst
reeds besproken met den heer
Secretaris van a. B. L. O., den
heer v. Paveren.
[Linksonder:]
6/2 - '39
[Rechtsonder:]
[Paraaf: WE met een symbool erboven] Het document is een werkconcept waarin de tekst tijdens het schrijven is bijgesteld. De oorspronkelijke formulering was zwaarder aangezet: er werd gevraagd om een "stukje grond" dat aan de dienst zou worden "afgestaan". Dit is doorgehaald en versimpeld naar de feitelijke handeling: het plaatsen van een "wachthuisje".
Het verzoek betreft de faciliteiten voor ambtenaren van het 'Marktwezen' die op zaterdagen toezicht hielden op de markt. De tekst toont de ambtelijke hiërarchie en de noodzaak voor overleg tussen verschillende diensten (Onderhoud, Marktwezen) en externe beheerders (A.B.L.O.). De stijl is formeel en hoffelijk ("u beleefd goed te keuren"). Het Mosveld in Amsterdam-Noord was in de jaren '30 een centrale plek die zowel voor sport (o.a. De Volewijckers) als voor de markt op het aangrenzende Mosplein werd gebruikt. Omdat het terrein een dubbelfunctie had, moest er afgestemd worden met de A.B.L.O. (Amsterdamsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding), de organisatie die in die tijd verantwoordelijk was voor het beheer van de Amsterdamse sportvelden.
De brief dateert uit februari 1939, een periode waarin Amsterdam-Noord volop in ontwikkeling was en de markt op het Mosplein een belangrijke spilfunctie vervulde voor de lokale economie en voedselvoorziening. De genoemde "Heer v. Paveren" was een bekende functionaris binnen de Amsterdamse sportwereld van die tijd.
Samenvatting
Het document is een werkconcept waarin de tekst tijdens het schrijven is bijgesteld. De oorspronkelijke formulering was zwaarder aangezet: er werd gevraagd om een "stukje grond" dat aan de dienst zou worden "afgestaan". Dit is doorgehaald en versimpeld naar de feitelijke handeling: het plaatsen van een "wachthuisje".
Het verzoek betreft de faciliteiten voor ambtenaren van het 'Marktwezen' die op zaterdagen toezicht hielden op de markt. De tekst toont de ambtelijke hiërarchie en de noodzaak voor overleg tussen verschillende diensten (Onderhoud, Marktwezen) en externe beheerders (A.B.L.O.). De stijl is formeel en hoffelijk ("u beleefd goed te keuren").
Historische Context
Het Mosveld in Amsterdam-Noord was in de jaren '30 een centrale plek die zowel voor sport (o.a. De Volewijckers) als voor de markt op het aangrenzende Mosplein werd gebruikt. Omdat het terrein een dubbelfunctie had, moest er afgestemd worden met de A.B.L.O. (Amsterdamsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding), de organisatie die in die tijd verantwoordelijk was voor het beheer van de Amsterdamse sportvelden.
De brief dateert uit februari 1939, een periode waarin Amsterdam-Noord volop in ontwikkeling was en de markt op het Mosplein een belangrijke spilfunctie vervulde voor de lokale economie en voedselvoorziening. De genoemde "Heer v. Paveren" was een bekende functionaris binnen de Amsterdamse sportwereld van die tijd.