Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). 24 september 1939 (geschreven), 25 oktober 1939 (datumstempel ontvangst). A'dam. 24. 9. 1939.
Hooggeachte Heer,
Ik was voorgaande week
bij den gedepu. heer de
Haas, om hem te vragen
een bewijs dat ik gedu-
rende dertig jr bekend
ben bij het Markt-
wezen als kopman ofte-
wel picanie. zoover
als ik weet voor af dat
het marktwezen zich ging
bemoeijen met de straat-
handel. Dit bewijs heb
ik noodig ter verkrijging
van een herkenning. Nu
moet ik van Marktmee-
ster schreven een bewijs
hebben dat hij mij slechts
7 jaren ken. Mijn Collega
kan mij daarin te kort.
De Heer de Haas zij dan
onder andere dat de gang
van zaken zoo is. H Holt * Inhoud: De afzender, H. Holt, verzoekt om hulp bij het verkrijgen van een officieel bewijsstuk van zijn dertigjarige loopbaan in de straathandel. Hij heeft reeds contact gehad met de heer De Haas (waarschijnlijk een lid van de Gedeputeerde Staten) om zijn zaak te bepleiten. Er is een bureaucreactisch conflict: de huidige Marktmeester kan slechts een verklaring afgeven voor de laatste 7 jaar, terwijl Holt bewijs nodig heeft voor 30 jaar om een bepaalde "herkenning" (waarschijnlijk bedoeld als 'erkenning' of vergunning) te verkrijgen.
* Terminologie:
* "Kopman": Bedoeld wordt 'koopman'. De schrijver hanteert een fonetische spelling.
* "Picanie": Dit is een intrigerend woord. Gezien de context van straathandel in Amsterdam eind jaren '30, is het zeer aannemelijk dat hier "pinda's" (pindaverkoper) wordt bedoeld, waarbij de letters 'd' en 's' door het handschrift en spelling op 'c' en 'ie' lijken. Pindaverkopers waren een prominent deel van het straatbeeld.
* "Gedepu.": Afkorting voor Gedeputeerde.
* "Herkenning": Zeer waarschijnlijk een verschrijving voor 'erkenning' in de zin van een officiële status of vergunning.
* Taalgebruik: Het document bevat typische archaïsche vormen zoals "den gedepu.", "bemoeijen" en "zij dan" (voor 'zei dan'). De zinsbouw is soms gebrekkig ("Mijn Collega kan mij daarin te kort"), wat wijst op een schrijver die minder gewend is aan formele correspondentie. Dit document stamt uit de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel de oorlogsdreiging groot was, ging het dagelijks leven en de bijbehorende bureaucratie door. De straathandel was in Amsterdam aan strenge reglementering onderworpen door het 'Marktwezen'. Handelaren moesten hun jarenlange staat van dienst kunnen bewijzen om hun standplaats of vergunning te behouden of te legaliseren. De bemoeienis van de provinciale politiek (de gedeputeerde) in een lokale Amsterdamse marktkwestie duidt erop dat de schrijver alle mogelijke wegen bewandelde om zijn broodwinning veilig te stellen. H. Holt Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De afzender, H. Holt, verzoekt om hulp bij het verkrijgen van een officieel bewijsstuk van zijn dertigjarige loopbaan in de straathandel. Hij heeft reeds contact gehad met de heer De Haas (waarschijnlijk een lid van de Gedeputeerde Staten) om zijn zaak te bepleiten. Er is een bureaucreactisch conflict: de huidige Marktmeester kan slechts een verklaring afgeven voor de laatste 7 jaar, terwijl Holt bewijs nodig heeft voor 30 jaar om een bepaalde "herkenning" (waarschijnlijk bedoeld als 'erkenning' of vergunning) te verkrijgen.
- Terminologie:
- "Kopman": Bedoeld wordt 'koopman'. De schrijver hanteert een fonetische spelling.
- "Picanie": Dit is een intrigerend woord. Gezien de context van straathandel in Amsterdam eind jaren '30, is het zeer aannemelijk dat hier "pinda's" (pindaverkoper) wordt bedoeld, waarbij de letters 'd' en 's' door het handschrift en spelling op 'c' en 'ie' lijken. Pindaverkopers waren een prominent deel van het straatbeeld.
- "Gedepu.": Afkorting voor Gedeputeerde.
- "Herkenning": Zeer waarschijnlijk een verschrijving voor 'erkenning' in de zin van een officiële status of vergunning.
- Taalgebruik: Het document bevat typische archaïsche vormen zoals "den gedepu.", "bemoeijen" en "zij dan" (voor 'zei dan'). De zinsbouw is soms gebrekkig ("Mijn Collega kan mij daarin te kort"), wat wijst op een schrijver die minder gewend is aan formele correspondentie.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Hoewel de oorlogsdreiging groot was, ging het dagelijks leven en de bijbehorende bureaucratie door. De straathandel was in Amsterdam aan strenge reglementering onderworpen door het 'Marktwezen'. Handelaren moesten hun jarenlange staat van dienst kunnen bewijzen om hun standplaats of vergunning te behouden of te legaliseren. De bemoeienis van de provinciale politiek (de gedeputeerde) in een lokale Amsterdamse marktkwestie duidt erop dat de schrijver alle mogelijke wegen bewandelde om zijn broodwinning veilig te stellen.