Archief 745
Inventaris 745-310
Pagina 261
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/memorandum.

10 april 1940 (gezien de aanduiding "x40").

Origineel

Getypte ambtelijke brief/memorandum. 10 april 1940 (gezien de aanduiding "x40"). 1 10 April x40
8A/66/1 den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen,

Tot verduidelijking van deze aangelegenheid diene, dat op de Zondagsmarkt Uilenburg steeds dienst wordt gedaan door 4 ambtenaren. Eén dezer ambtenaren, een contrôleur-marktopzichter, is ter plaatse met de leiding belast, weshalve hij permanenten Zondagsdienst verricht. Zijn rooster is verder door de dienstcommissie niet besproken; hij krijgt het verschil tusschen de bezoldiging op Zondagsuren en uren op werkdagen uitbetaald en is in de week één dag vrij. De overige drie ambtenaren, die op de Zondagsmarkt dienstdoen, rouleeren: er zijn 11 ambtenaren (contrôleurs en contrôleurs-marktopzichter) die voor dezen dienst in aanmerking komen, zoodat in normale omstandigheden 9 ambtenaren 14 keer per jaar en twee ambtenaren 15 keer per jaar met den bedoelden dienst moeten worden belast.

Ik heb daarom het standpunt ingenomen, dat het aanvankelijke verzoek van de voorvergadering, om volgens rooster niet meer dan 14 Zondagen per jaar te laten werken en de overige Zondagen als overwerk uit te betalen, reeds daarom niet aanvaardbaar zou zijn, omdat 14 Zondagen niet voldoende zijn om met de normale bezetting van 11 ambtenaren den normalen dienst op de Uilenburgmarkt te verrichten. De vergadering heeft dit ingezien en daarom zich in principe vereenigd met een rooster, waarbij de ambtenaren hoogstens 15 keer per jaar Zondagsdienst zouden doen (namelijk 9 ambtenaren 14 keer en 2 ambtenaren 15 keer). Indien dit principe door Burgemeester en Wethouders wordt aanvaard, zullen de betreffende roosters nog definitief in de dienstcommissie worden goedgekeurd. Zou ziekte van een ambtenaar (verlof of vacantie wordt, tenzij ambtenaren ruilen, niet op een dienst-Zondag verleend) afwijking van den rooster noodig maken, dan zou dus voortaan overwerk moeten worden vergoed (of uitbetaling van het verschil tusschen uren op Zondag en op weekdagen, indien voor de gewerkte uren in den loop der week wordt vrij gegeven.)

Wat den Zondagsdienst ter contrôle op de naleving der Ventverordening betreft merk ik op, dat deze contrôle des winters of bij ongunstig weer niet of in veel mindere mate Dit document betreft een ambtelijke uiteenzetting over de personele bezetting en de bijbehorende vergoedingen voor de marktmeesters op de Zondagsmarkt in de Amsterdamse buurt Uilenburg. De kernpunten zijn:

  1. Personele structuur: Er zijn vier ambtenaren nodig per zondag. Eén vaste leidinggevende (contrôleur-marktopzichter) werkt elke zondag. De overige drie plekken worden door een poule van 11 ambtenaren ingevuld via een roulatiesysteem.
  2. Arbeidsvoorwaarden: Er is een discussie over de werklast. Het personeel wilde maximaal 14 zondagen per jaar werken, maar de berekening laat zien dat dit rekenkundig niet uitkomt (11 personen x 14 zondagen = 154 diensten, terwijl er 3 x 52 = 156 diensten nodig zijn). Er is daarom een akkoord bereikt op maximaal 15 zondagen.
  3. Compensatie: Er wordt gesproken over de financiële compensatie voor zondagswerk (het verschil tussen het reguliere loon en het zondagstarief) en de regeling bij ziekte of verlof, waarbij overwerkvergoedingen aan de orde komen.
  4. Handhaving: De brief stipt aan het eind de "Ventverordening" aan, wat duidt op de taak van de ambtenaren om toezicht te houden op de vergunningen voor straathandel. De locatie "Uilenburg" is historisch zeer relevant. De Uilenburgmarkt was een bekende markt in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Omdat de Joodse marktkooplieden op zaterdag (Sabbat) rustten, was de markt op zondag een essentieel onderdeel van het economische en sociale leven in de stad.

De datum, 10 april 1940, is saillant: het is precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. De brief toont de voortgang van de normale gemeentelijke bureaucratie en arbeidsvoorwaardelijke discussies in de laatste weken voor de bezetting. De focus op de Ventverordening en de marktbezetting geeft een unieke inkijk in het ambtelijk toezicht op een buurt die kort daarna door de oorlogsgruwelen ingrijpend zou veranderen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale post in verband met de toenemende schaarste en distributie van goederen in de aanloop naar de oorlog.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijke uiteenzetting over de personele bezetting en de bijbehorende vergoedingen voor de marktmeesters op de Zondagsmarkt in de Amsterdamse buurt Uilenburg. De kernpunten zijn:

  1. Personele structuur: Er zijn vier ambtenaren nodig per zondag. Eén vaste leidinggevende (contrôleur-marktopzichter) werkt elke zondag. De overige drie plekken worden door een poule van 11 ambtenaren ingevuld via een roulatiesysteem.
  2. Arbeidsvoorwaarden: Er is een discussie over de werklast. Het personeel wilde maximaal 14 zondagen per jaar werken, maar de berekening laat zien dat dit rekenkundig niet uitkomt (11 personen x 14 zondagen = 154 diensten, terwijl er 3 x 52 = 156 diensten nodig zijn). Er is daarom een akkoord bereikt op maximaal 15 zondagen.
  3. Compensatie: Er wordt gesproken over de financiële compensatie voor zondagswerk (het verschil tussen het reguliere loon en het zondagstarief) en de regeling bij ziekte of verlof, waarbij overwerkvergoedingen aan de orde komen.
  4. Handhaving: De brief stipt aan het eind de "Ventverordening" aan, wat duidt op de taak van de ambtenaren om toezicht te houden op de vergunningen voor straathandel.

Historische Context

De locatie "Uilenburg" is historisch zeer relevant. De Uilenburgmarkt was een bekende markt in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Omdat de Joodse marktkooplieden op zaterdag (Sabbat) rustten, was de markt op zondag een essentieel onderdeel van het economische en sociale leven in de stad.

De datum, 10 april 1940, is saillant: het is precies één maand voor de Duitse inval in Nederland. De brief toont de voortgang van de normale gemeentelijke bureaucratie en arbeidsvoorwaardelijke discussies in de laatste weken voor de bezetting. De focus op de Ventverordening en de marktbezetting geeft een unieke inkijk in het ambtelijk toezicht op een buurt die kort daarna door de oorlogsgruwelen ingrijpend zou veranderen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale post in verband met de toenemende schaarste en distributie van goederen in de aanloop naar de oorlog.

Kooplieden in dit dossier 100

A.W. Rijvordt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
C. Bakker 1 Jan. 1940
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C. Hoevers Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
E.J. Stegeman Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F. de Vries Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6