Ambtelijke brief / intern advies.
Origineel
Ambtelijke brief / intern advies. 22 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). VD/HG.
Extra
20/22/2 N.
n 2
22 Juli 1940.
Fotografeeren op de markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 4 Juni jl. om advies ontvangen stukken no.533 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat mijnerzijds geen bezwaar bestaat den adressant vergunning te verleenen tot het maken van fotografische opnamen op de markten Uilenburg, Noordermarkt en Mosplein, dat wil dus zeggen voor de markten, die op pleinen worden gehouden; voor de markten in straten, moet naar mijn meening een zoodanige vergunning niet worden verleend, daar op deze markten de opstelling der kramen zoodanig is, dat hier het fotografeeren te veel overlast voor publiek en kooplieden met zich mede zou brengen; ik moet derhalve ontraden adressant vergunning te verleenen voor de Lindengracht.
Blijkens nadere mededeeling grondt de Hoofdcommissaris van Politie zijn afwijzende standpunt, neergelegd in het zich onder de stukken bevindende rapport d.d. 1 Juni jl. Ltr.S.No.4703/1940 Doss.F.2 op concurrentie-bezwaren ten aanzien van andere fotografen. Met dergelijke bezwaren wordt echter in het algemeen op de markten geen rekening gehouden.
Ik geef U mitsdien in overweging van het vorenstaande mededeeling te doen aan den Hoofdcommissaris van Politie.
De Directeur, Deze brief betreft een advies over een vergunningsaanvraag voor het fotograferen op diverse Amsterdamse markten. De kern van het document is een afweging tussen verschillende bestuurlijke en praktische belangen:
- Ruimtelijke afweging: De Directeur maakt een scherp onderscheid tussen markten op pleinen (Uilenburg, Noordermarkt, Mosplein) en markten in straten (Lindengracht). Op pleinen is er fysiek voldoende ruimte, terwijl op straatmarkten de aanwezigheid van een fotograaf zou leiden tot opstoppingen en hinder voor het winkelende publiek en de kooplui.
- Bestuurlijk conflict: Er is sprake van een meningsverschil met de Hoofdcommissaris van Politie. De politie weigert de vergunning op basis van "concurrentie-bezwaren" (bescherming van gevestigde fotografen). De Directeur van de markten wijst dit argument resoluut van de hand; hij stelt dat economische concurrentie geen legitieme grond is voor marktregulering.
-
Besluitvorming: Het document is een formeel advies aan de Wethouder, waarbij de Directeur adviseert de politie te overrulen wat betreft het concurrentie-argument, maar wel de beperking tot pleinmarkten te handhaven. Het document dateert van 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale, bureaucratische kwestie lijkt, is de context van belang:
-
Locaties: De genoemde markten (Uilenburg, Noordermarkt) bevonden zich in of nabij de Amsterdamse Jodenbuurt. In de zomer van 1940 begon de bezetter met de eerste beperkende maatregelen, al waren de markten op dat moment nog niet officieel gesegregeerd (dat gebeurde pas in 1941).
- Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze functie was cruciaal in oorlogstijd vanwege de distributie en de voedselvoorziening.
- Regulering van de openbare ruimte: In de vroege bezettingsmaanden probeerde de Nederlandse bureaucratie de normale gang van zaken zoveel mogelijk voort te zetten ("op de winkel passen"). Het verbod op straatfotografie vanwege "overlast" kan ook gezien worden in het licht van een toenemende behoefte aan controle op bewegingen in de publieke ruimte.
- Fotografie: Tijdens de bezetting werd het maken van foto's in de openbare ruimte steeds strenger gereguleerd door de Duitsers, vooral nabij strategische punten of bij incidenten. Deze brief toont aan dat de lokale overheid in juli 1940 de vergunningverlening nog volledig langs civiele en logistieke lijnen probeerde af te handelen.